Activiteiten

 

 

Mundikat Kattenshow

Babypoeder, slapen in kattegrit

GRONINGEN - Afgelopen zondag werd de internationale raskattententoonstelling  Mundikat gehouden in Martniniplaza. Een evenement voor kattenliefhebbers.

"Ze zijn in kerststemming", zegt een bezoeker en dat is slechts een understatement. Katten liggen in rijk versierde kooien. Ze zijn behangen met kerstslingers, kerstboom, kerstkleedjes, kerstballen. Eentje heeft zelfs een kerstlampje op zijn rug, terwijl een tweetal heuse kerstpakjes aan heeft. De kooien zijn toch al uitbundig versierd, met persoonlijk relikwieën als foto's en complete fotoboeken.  De precies 384 raskatten- allerlei soorten en maten uit binnen en buitenland- komen om zich te laten beoordelen, maar ook voor de gezelligheid. "Deze kat mag niet meedoen, want zijn staart is te lang. Hij is voor de gezelligheid mee", vertelt een vrouw. Naast keuring is er ook een behendigheidsbaan, maar die wordt nauwelijks gebruikt. Uiteraard zijn er allerlei kraampjes met met van alles op gebied van katten. Van telepathie voor katten die zich niet kunnen gedragen tot een kattenbowlenspel. Maar het gaat vooral om de beesten zelf, de katten, met de meest uiteenlopende soorten: Brits blauw, Russisch Blauw, Noorse boskat, bobtail, Balinees, Siamees, tot Main Coon.  We bewonderen alle 384 exemplaren en dan nog een keer. De meesten liggen rustig in hun kooi liggen. Opvallend veel katten liggen in een bak met kattegrit.  Er is een speciale aairuimte. Waar bijvoorbeeld een Pers prominent wordt neergezet, vertroeteld, geaaid en verzorgd. Een vrouw heeft een tas vol spullen bij zich. Ze gebruikt zelfs babypoeder. "Daar wordt ie lekker zacht van".

 

Tierpark Nordhorn

"Wann gehen wir mittagessen?"

NORDHORN - Een dagje Duitsland werd een dagje dierentuin. Plaats van bestemming: Nordhorn. Ondanks dat dit maar net over de grens is is alles anders. Neem alleen al de snelweg, waar je harder mag. Opmerkelijk dat je aan de autobahn A31 geen enkele benzinepomp hebt. Wel wc's en zelfs een P-wc met een kerk. Tierpark Nordhorn staat goed aangegeven.  Meteen een pluspunt. Parkeren is geheel gratis. Nog een pluspunt: alles tweetalig (Nederlands en Duits). Grootste pluspunt: alles is goedkoper in die Heimat. Ook de entree, de helft goedkoper dan Dierenpark Emmen. Emmen is uiteraard groter, maar dit knusse park, met zijn 1000 dieren (90 soorten) doet er niet voor onder. De ligging, aan de Vecht en pal aan een woonwijk, is hervoragend. Bij die duizend dieren zijn dan wel inbegrepen: honderd vogeltjes en tientallen cavia's. Bij een eerste aanblik denk je: waar zijn hier de dieren? De prairiehonden en neusberen schitteren in ieder geval door afwezigheid. Pontificaal present: de bosbizon, dat ook in het logo van de dierentuin staat. Net als alle dierentuinen is het park verdeeld. Een deel bestaat uit een bauernhof, bauer Harms zelf, winkel met koloniale waren, historisch restaurant Malle Jan en de aaibare biggen van het zeldzame soort Bentheimer, de attractie, voor jong en oud. Zitten de biggen aan je veters, de kleurrijke vogeltjes - nog zo'n attractie- zitten aan je haren. Wat opvalt is de letterlijke schoonheid van het park. Er wordt de hele dag geveegd en geharkt. En zoals een Duitser betaamt, het eten wordt in grote porties geserveerd. "Wann gehen wir mittagessen?', vraagt ook een Duits kind (meer dan de helft van de bezoekers komt overigens uit Nederland). De dieren hoeven niet te vragen. De muisjes verzuipen in een waterbak, de doodskopapen krijgen allerlei soorten groenten. Veel te veel zoals we zien. De chimpansees dan. Ze zijn ongeduldig. Eentje vergrijpt zich aan het loket, als het te lang duurt of bonkt op de ramen. Wanneer dan het voedsel in een ton neergezet wordt, grijpt een van die apen de hele ton (!). Anderen gaan er met hele bloemkolen vandoor. Voor de mens is er ook volop keuze, in het restaurant, waar je dan geen menu hebt, maar wel een overheerlijke schnitzel.  Je kunt voor dieren ook zakjes voedsel kopen. En dat weten de beesten maar al te goed. Ze komen niets tekort. Aan het eind van de lange dag zitten we op een bankje, met het voer in de handen, in het vogelparadijs. Ze hoeven niet meer. Op de terugweg willen we afscheid nemen van Deutschland met een tasse Kaffee. Maar dat ontbreekt op het menu.

Donderslag 2012

"Wat keigezellig hier!"

DONDEREN - Donderen stond afgelopen weekeind weer in het teken van Donderslag, het kleine muziekfestival, dat weer veel bezoekers trok.  De muziek - 'Donderblues' en 'Donderpop'-was professioneel, de sfeer op zijn 'Donderslags'.

"Wat keigezellig hier!", schreeuwt zangeres Anouk de menigte toe. De spontane en 'overdonderende' reactie is oprecht. "Hier kan Limburg nog wat van leren", vertelt ze later achter de schermen, tussen caravans en keten, die dienst doen als kleedkamers. "Limburgers kunnen alleen maar feesten met carnaval. Het publiek in het zuiden is veel stugger". De Noord-Limburgse die optreedt als Anouk, maar in het dagelijks leven doorgaat als Esther: "Ik ben blij verrast over het festival. De drummer zei dat we in een achtertuin zouden spelen. Ik dacht dat ik hem verkeerd begrepen had. Nee, dit heb ik nooit eerder meegemaakt". Het Donderslag -publiek (jong en oud) maakte voor het eerst  kennis met deze Anouk en vijf gitaarvirtuozen. Het publiek reageert verschillend. Een man staat vlak bij het podium ademloos te kijken, een ander neemt het geluid op. "Zullen we doorgaan met rocken?', roept Anouk met een zachte g, die de hits van Anouk de revue laat passeren. "Ik moet de tijd in de gaten houden, anders wordt de burgemeester boos".  Met de burgemeester doelt ze op mister Donderslag, Herman Geerts, met zijn onvermijdelijke hoge Donderslag-hoed. Geerts is de grijze eminentie van het festival- maar nog jong van geest-, ze spelen in zijn achtertuin en hij krijgt een enthousiaste jongerengroep letterlijk achter zich aan. "Die jeugd komt de hele week al bij ons thuis eten. Het is een hele happening samen". In de zaal bevolkt deze 'crew' de bar en swingen en springen (sommigen in korte broek) mee.  Na een uitsmijter van Anouk kruipt de 'burgemeester 'achter de microfoon. "Wie wil er nou nog de echte Anouk?", schreeuwt hij de menigte toe. De muziekfans zijn zaterdagavond in grote getale op komen dagen. Bij de opening, vrijdagavond, is het tradititiegetrouw minder druk. "Daar komt specifiek publiek op af", weet Gerard Sandker van de crew. 'Blues-publiek'. "Maar als je dan de band Plentiful Play ziet, met de gitarist tussen het publiek, geweldig", zegt Sandker, zelf geen kenner. Ook de band 'Nu', voorafgaand het opreden van Anouk, terwijl een van de bandleden de muziekinstrumenten meezeult op een melkkar, is overdonderend. "We wisten niet wat we moesten verwachten. Mensen deden nog mee ook", zegt een van de bandleden uit Emmen.  Anouk maakt intussen  aanstalten om de lange terugreis naar het zuiden te maken. "Ze moet morgenvroeg aspergesteken", grapt een van de bandleden. Dan wordt de Bon Jovi tributeband Bad Medicine aangekondigd. En  gaan de fans helemaal uit het dak. Donderen trilt op haar grondvesten. De hamburgers springen in het vet. Op hits als 'Raise you're hands' en het onvermijdelijke 'Living on a prayer' deinen de toeschouwers massaal mee. Burgemeester Donderslag deelt vervolgens sigaren (!) uit. Beter kan de typische, gezellige sfeer van Donderslag niet geïllustreerd worden. Of om met Anouk te spreken: keigezellig.

© De Vriezer Post 

 

 

Peize in rep en roer door The Snake Man

 

Niet bang voor de slang

 

PEIZE - 'The Snake Man' bracht afgelopen zaterdag een bezoek aan Peize.  De slangenman uit Emmen bezorgde een groot aantal kinderen -en enkele ouders een fantastische middag. Slechts voor een enkeling waren de reptielen een beetje eng.

Stichting The Snakeman is een logement en opvangcentrum voor reptielen. Dieren die ontsnapt zijn of niet meer verzorgd kunnen worden door de huisdiereigenaren. Snake Man Chienus Timmer -bijgestaan door assistent Raimon- verzorgt alleen al zo'n honderdvijftig slangen.  "Nee, die zijn niet giftig, net als deze slangen", werkte hij meteen angst weg. "Reptielen zorgen voor rust",  vertelt Chienus. Maar een zaal voor kinderen is een ander verhaal. "Terwijl de kinderen gaon speulen met de dieren gaon wij koffiedrinken", zorgde de slangenman voor de nodige hilariteit. Er mee spelen was wat te veel van het goede, maar verder mocht bijna alles. Eerst werden de Griekse landschildpadden losgelaten. "Ze kennen geen wc. Als ze hun behoefte moeten doen, liggen er servetten klaar". Nou, het poepen en plassen was niet van de lucht. The Snakeman gaf uitgebreid informatie over de reptielen en vertelde het zo leuk dat de kinderen geen moment vervelend werden. "Hoe meer vragen, hoe leuker de middag", gaf Chienus de nu al dolenthousiaste kinderen mee.  En dus kwam er een spervuur aan vragen, zoals 'hoe hard kan een schildpad lopen?". Vervolgens werden de baardagamen (soort hagedissen)losgelaten. Deze dieren willen graag aangehaald worden. En dat lieten de kinderen zich geen twee keer zeggen. Agemen op het shirt, op het hoofd, schouder, enz. De gaten aan de zijkanten blijken de oren te zijn, zo werd verteld. "Wat gebeurt als zo'n diertje een been breekt?", vroeg een volwassene. "Hij kan zich goed redden, ook op een been. Voordeel van deze dieren is dat ze bijna nooit ziek zijn. Nadeel is dat als ze ziek zijn het te laat is. Ze laten het niet merken", antwoordde Chienus. Hoogtepunt tijdens de door IVN Jeugdnatuurclub georganiseerde reptielendemonstratie waren toch wel de slangen. Slangen uit voornamelijk Noord-en Zuid-Amerika. "Wie durft een slang beet te pakken"? Voor de meeste kinderen vormde dat geen probleem.  "99 procent stapt over de drempel heen", weet Chienus uit ervaring. "Vooraf is er angst, dan neem je kennis door te voelen en vervolgens is het ijs gebroken".  Waarna het krioelde van de slangen in de zaal. De een letterlijk 'geboeid', de ander gebruikte de slang als ring, velen durfden de slangen om de nek te laten hangen en er zat zelfs eentje in een broekzak. "Hoe rustiger je bent, hoe beter", probeerde Snakeman de orde te houden. Een enkeling liet de slang vallen.  En de grond was nu wel verboden terrein. Tot slot de grotere exemplaren.  De 'Koningspiton' en de dikste 'Regenboogboa', toch bijna zeven kilo wegend.   Velen bonden deze joekel ook echt als een boa om. "En nu alle slangen graag terug".  Voor een ontsnapte exemplaar in Peize hoef je niet bang te zijn. Dan wordt de Snakeman gebeld, en deze is vandaag heel dichtbij.

januari 2011 (de Krant)

René van der Gijp in Marum:

 

  

 

“Ik moest vanmorgen pissen. En hij deed het nog”

 

 

MARUM – Rene van der Gijp, bekend van het populaire voetbalpraatprogramma Voetbal International, die door de sponsorgroep van SV Marum naar de Kruisweg werd gehaald, kreeg de hele zaal plat bij zijn onnavolgbare anekdotes.

 

En daar staat hij dan op het podium, met zijn gescheurde spijkerbroek. “Wat maakt het uit joh”, zou hij erover gezegd hebben. Zo staat Van der Gijp in het leven. “Ik moest vanmorgen pissen. En hij deed het nog”. Met dergelijke uitspraken krijgt hij het publiek plat. En dat hij voetbal niet altijd serieus neemt blijkt uit de vele anekdotes. Zoals die keer dat hij ontslagen werd als verslaggever van een tv-station. Over een volkomen verkeerde terugspeelbal. “Wat deed hij verkeerd?”, werd hem gevraagd. “Mag ik hem nog een keer terugzien? En na de derde keer gevraagd te hebben om de beelden: “nee, hij deed niks verkeerd”. Vervolgens kon Rene zijn koffers pakken. “Ik heb 15 interlandjes gespeeld. Als we dan een stad ingingen deden we wat ‘voorwerk’. Zo belandden we in Barcelona in Club 69. Allemaal dames hangend aan palen. Zie ik daar tot mijn stomme verbazing allemaal KNVB-bobos. Ik zei: “ik heb jullie niet gezien”. Komt ook de legendarische Renze de Vries bij mij en in zijn beste Nederlands sprak hij “ik heb je niet zien”. Dan krijg je de zaal en zeker in deze contreien helemaal  plat. Technische snufjes zijn aan hem niet besteed. Zoals de computeranalyses van Jan van Halst. “Als hij dat dertig geleden bij ons had gedaan was de computer allang gecrashed. En zo ratelde hij twee uur lang (met een korte pauze) door. Het was niet helemaal een one-man-show want TV Oost-presentator Rick gaf de voorzetten. Het verhaal van Ted Troost, de haptonoom. “Moest je bij elkaar op schoot zitten. Vier man op elkaar. Zegt Gerald Vanenburg: dat kunnen we de volgende keer wel weer doen. Ja, dat is goed, maar dan zoek ik die andere drie wel uit”. Van der Gijp geeft lezingen in het hele land. Voor bedrijven en wat al niet meer. “Sta ik daar tegenover een majoor-korporaal met allemaal onderscheidingen. Vraag ik of deze ook op zijn onderbroek zitten. D’ruit zegt die man. Ben je gek, heb net twee uur in de auto gezeten. “Dan ga ik eruit”, zeg die man. Vervolgens krijg ik een staande ovatie”. Dat werk. Maar ook: “komt er iemand bij de deur met een nieuwe keuken. Vraagt die man: “hier naar binnen?. “Zet hem maar in de lengte van de straat, bij die auto, maar kijk wel uit als je koelkast deur opentrekt”. “Weet je, ik ben bevoorrecht. Dat ik zo kan praten en zo mijn geld verdien. Maar ik doe het voor mijn plezier. Er zijn zoveel ontevreden mensen, die alles beter willen en daardoor krijg je ook steeds meer gekken”. Rene is zo’n gek, maar dan van een ander soort. Er zouden meer van zulke gekken moeten zijn.  

Dat de avond met Rene van der Gijp een daverend succes was mag duidelijk zijn. En Van der Gijp? Weg is ie. Met een clubsjaal van SV Marum. Je ziet hem denken: zal wel. Hij vergeet het aandenken nog net niet.  

 

oktober 2010 (foto: website sv marum)

Wies met het Swieneparredies

 

 

NIEUW-SCHEEMDA- In het Oldambt hebben varkens hun woonoord, waar ze kunnen slapen, wroeten en eten. Kortom: Het Swieneparredies.

 

Dit paradijs is niet meteen te vinden. Maar iedereen weet het: over de brug links en dan de eerste boerderij links. Die brug over het watertje ziet er angstvallig uit en niet bedoeld voor auto’s. Maar het blijkt geen probleem. Het is nog rustig in het Swieneparradies. Binnen is het een en al varken wat de klok slaat. Een ‘wip-big’, spelletjes, een varkensklok, een varkenskatapult en natuurlijk de aloude varkensspaarpot. En teksten, die over het beest gaan, zelfs een ingelijste folder van een Franse supermarkt. Want ook die wordt gesierd met ‘porc’, het Franse woord voor varken. Al gaat het dan om vlees. Er ligt ook een zwijn op tafel. “Manner sind Schweine”, staat erbij. Dan krijgen we een rondleiding. De varkens komen overal vandaan en zijn allemaal verschillend. De varkensmeneer (het initiatief van de varkens komt van Violette Sanders- ere wie ere toekomt) vertelt er leuke verhalen bij. De blinde Chinese varken is vooral lui. “De oren zijn kenmerkend en in China een lekkernij. Je kunt er niet tegen aanslepen”, zegt de varkensliefhebber. De Hongaar, genaamd Imca, naar de beroemde zangkoningin Imca Marina die in de buurt woont, is ruig in het vel en is ook fel. Een temperament vol beestje. Verderop ligt een typisch Duits zwijn. Het is de zwaarste van het stel- 300 kilo. Als een echte Duitser graaft hij graag kuilen en hij heeft een bunker als onderkomen. Die moest wel riant zijn. “De vorige bleek te klein. Toen zagen we hem met het dak op de rug lopen”. Hij blijkt overigens ook te kunnen zitten. De Zweed die hier rondscharrelt blijkt minder intelligent. “Ik noem hem dan ook dom Zweeds blondje”. Welk een verschil met de Amerikaan, die alles opvreet. Zelfs een compleet bankstel! Er loopt ook een klassieker, roze zwijn, uit Nederland. Ja, zelfs met een krul in de staart. Die blijken zeldzaam. Bezoekers mogen de dieren appels voeren. Sommigen lusten er pap van, anderen blijven op een afstand, een beetje achterdochtig. Ze hebben allemaal verschillende karakters. Er is ook een die probeert het hekwerk te slopen. Aan het eind van de rondleiding mag je biggen aaien. Die blijken daar zo van gediend dat ze erbij gaan liggen. “Het record is zeven”, zegt de eigenaar. Als ze dan ook aan je beginnen te likken is het duidelijk: je komt eruit te zien als een varken. Letterlijk. Maar wat t Swieneparredies vooral wil duidelijk maken is dat het geen vieze beesten zijn maar juist een leuke dieren. Met al zijn positieve en negatieve kanten. Net een mens.

 

Augustus 2010

Dagje assistent-dierenverzorger

 

 

“De pauze vond ik het stomst”

 

 

 

EMMEN – Om Dierenpark Emmen eens van een andere kant te bekijken schreven wij ons in voor ‘dierenverzorging’. Het was een hele leuke ervaring.

 

De eerste ervaring was het tijdstip: vroeg. Zelfs zo vroeg dat het hek van het transferium nog gesloten was. Even niet aan gedacht. In het kindertheater werd je ingedeeld voor een van de verschillende dierenafdelingen. Wij hadden geluk. Voor ons waren er de apen. Je had ook pech kunnen hebben als je uitgeloot werd voor de kinderboerderij – dat kan namelijk overal- dat zou het dure kaartje niet waard zijn. In echt dierenparkoutfit (fonkelnieuwe overall en dito schoenen) nam verzorgster Sandra (uit Almelo) ons mee naar de wereld der apen. Via wegen achter de schermen. En – weer een geluk- we hoefden niet stront te scheppen, waar we voor gevreesd hadden. We troffen het sowieso met Sandra, die ons meer liet zien dan het vastgestelde programma. Allereerst waren er de ringstaartmakies. We mochten de schattige gestreepte beestjes met lange staarten een ontbijt aanbieden. Een ontbijt zoals wij mensen ook wel lusten: Brinta, maar dan gemengd met banaan en mineralen.  Ze aten letterlijk uit je hand. Ons dochtertje mocht het hek voor de Colobus-apen (normaal ver van het publiek, verscholen op een eiland) openen. Maar eerst datzelfde eiland ontdoen van rotzooi (mensen zijn erger dan beesten). De buit: slechts een netje. Maar één verkeerd voorwerp kan schadelijk zijn voor de dieren. Het was spekglad op het eiland, dat toegankelijk is via een ondergrondse tunnel. Ook moest het ijs worden gekapt, zodat de apen niet kunnen ontsnappen. Verder hebben we vis klaargemaakt voor de pelikanen. De dames onder ons vonden dit werkje – een pilletje in de kieuw stoppen – niet zo aangenaam. Doodshoofdaapjes hadden voor vandaag piertjes en maden op het menu. Apen hebben overigens allemaal namen. Smurf bijvoorbeeld. De oudste aap van het park is 44 jaar. Mijn leeftijdsgenoot dus. Die doodshoofdaapjes gedroegen zich wel als het tuig van de dierentuin door als hooligans in de hekken te hangen. Helemaal leuk waren de gibbons, die we ook voor het eerst van dichtbij mochten aanschouwen. Normaal halsbrekende toeren uithalend, hoog in de bomen. Sandra hield ze even letterlijk een spiegel voor. Als je haar maar goed zit, zullen de slimmere apen gedacht hebben. Hoewel, sommige apen zijn kalend. Na ook oog in oog te hebben gestaan met de slingerapen zat het ‘werk’ (als een echte werkdag mochten we ook aanschuiven in de bedrijfskantine) erop. Na afloop volgde een uitgebreide vragenronde. Wat we het leukst en stomst vonden. De een vond zebra’s binnenlaten leuk en het poep scheppen (voor olifanten: 100 kilo!) iets minder. Als beloning volgde een heus diploma. Oh ja, en wat het stomst was? “De pauze”, vond een jongetje. En óf iedereen het dierenassistentwerk (overigens voor het merendeel bestaand uit schoonmaken) leuk vond. Voor ons met de nadruk op leuk. Met dank aan Sandra.

 

Februari 2010  

 

Basiscursus Fotografie:

 

 

“Is dat een ‘Picasa’-paard?”

 

 

PEIZE – De plaatselijke bibliotheek heeft onlangs een cursus fotografie georganiseerd. De animo was groot.

 

De cursus werd gegeven door amateur- fotograaf Harm Jan Stiepel. Veertien cursisten werden in drie avonden wegwijs gemaakt in de wereld van fotografie. Zoals gevraagd, had iedereen  zijn eigen camera mee. Van compact, semi-compact tot spiegelreflex. En uiteraard allemaal digitaal. “Er zitten heel veel knopjes op zo’n apparaat”, legde Stiepel uit. Op de eerste de beste vraag waar een van die knopjes voor diende moest de cursusleider het antwoord schuldig blijven. Te veel knopjes dus. In de eerste les kwam onder meer aan de orde de compositie en standpunten. Ook belichting (“met de belichtingscorrectie kun je een te donkere foto licht maken”) en portretfoto’s maken (“zonder flits is beter”) kwam aan de orde. Stiepel wees op het matige gebruik van de flits. Verder in de les het verschil tussen spiegelreflex en compact camera. Bij een spiegelreflex moet je aparte lenzen aanschaffen, wat bij een compacte camera allemaal inzit. Heel nuttig allemaal. Als huiswerk dienden de deelnemers zelf enkele foto’s te nemen, van portretten, ‘gulden snede’, macro (het bekende tulpje op het apparaat) tot ‘foute foto’s’. De volgende les was te kort om alle foto’s van de veertien deelnemers te bespreken. Stiepel ging de fout in om te lang door te borduren op de eerste, waardoor de andere foto’s snel afgewerkt werden. Toch kwam iedereen aan bod. En met een aantal bruikbare tips kon je weer verder. Met het programma Irfanview kun je foto’s gemakkelijk aanpassen. “Maar ik ga niet te diep in op het bewerken via de computer”, vertelde Stiepel, die in het dagelijks leven op de sterrenwacht werkt. Maar de laatste avond werd uitgebreid ingegaan op het bewerken van foto’s. Via programma’s als Photoshop en Picasa. De enthousiaste cursusleider had voor deze gelegenheid zijn eigen hobby (verzamelen van bijzondere camera’s) meegenomen en vertelde over zijn (foto)avonturen bij Stonehenge en Avebury, waarbij de aanwezigen een paard in het landschap opviel. Met de ultieme vraag: “Is dat een echt paard of een ‘Picasa’-paard?”

  

Een voorbeeld uit de les: zonder (links) en met gulden snede, waarbij de horizon niet in het midden staat (rechterfoto)

 

 

 

Jan. 2010          

 

 

China Festival of Lights 2009:

 

China Town in Dierenpark Emmen

 

 

EMMEN – China Festival of Lights, de lichtshow in Dierenpark Emmen, is een groot succes gebleken. Hoewel het bezoekersaantal beneden de verwachting bleef zijn de organisatoren toch tevreden. De show is zelfs nog enkele dagen verlengd.

 

Het is even wennen. In de avonduren staat de parkeerplaats tjokvol. En op zeehonden na zijn er geen dieren meer te bekennen. Wel dieren in het licht. Met de hand geschilderd en gemaakt door Chinese kunstenaars. Vakwerk. Monnikenwerk. En betoverend mooi. Het lichtspektakel uit China is de eerste op Europese bodem. Chinatown in Dierenpark Emmen.

We hebben geluk. In Emmen is niet zoveel sneeuw gevallen. En de regen wordt morgen verwacht. En dus hebben we een kraakheldere avond. Koud, maar warm. Want er is soep en wij willen uiteraard Chinese tomatensoep. Een grote mensenmassa- iedereen gewapend met kleine, grote of reusachtige camera- schuift voorbij de prachtige ontwerpen. Veertig kunstenaars hebben gewerkt aan de dertig lichtsculpturen: flamingo’s, krokodillen (met de bek wijd open), apen in het struikgewas, eenden, leeuwen, tijgers, maar ook poorten, enz. Maar het meest in het oog springt de immense draak, van honderd meter, die je van ver over de hele lengte ziet schitteren. Van dichtbij nog indrukwekkender, met als extra attractie dat deze rook spuwt. Bij China horen ook lampionnen en die stralen door het hele park. Lampionnen in allerlei vormen. Rood is in China de kleur van het geluk en dat is te merken. Deze kleur voert de boventoon. Het immense gebouw blijkt de ‘Temple of Heaven’, een van de bekendste monumentale bouwwerken in China. Wat een werk; wat een techniek. Bijzonder is ook de Chinese vaas. Het blauwe licht komt van de duizenden flesjes.die in de vaas verwerkt zijn en verlicht met led-lampen. Mensen komen ogen te kort om al het moois van China Festival of Lights te aanschouwen. Bij de tweede omloop zijn we de enigen die nog in het park zijn. Zo kun je de meesterwerken nog beter zien. Voor de organisatoren is het te hopen dat het weer meewerkt, zodat er nog duizenden bezoekers komen. Want dat heeft deze overweldigende lichtshow wel verdiend.

      

dec.2009 .  

Muziekavond Café Ensing

 

De 'intentie' is goed

 

 

PEIZE – Café Ensing presenteerde afgelopen weekend een muziekavond. Enkele rockbandjes lieten zich gelden. Het handjevol publiek genoot.

 

De hoofdact was het optreden van ‘Intentions’, dat onlangs hun eerste geheel Engelstalige CD, getiteld ‘Place in Time’, presenteerde. In Groningen, waar de meeste bandleden vandaan komen. Maar deze avond stond Petrick Glasbergen centraal; hij woont in Peize en speelde een thuiswedstrijd. Dat het grote publiek het liet afweten had enkele oorzaken. Er werd weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Bovendien is het de vraag of Peize er voor te porren is. Want hier geldt nog sterk: ‘onbekend maakt onbemind’. Het publiek bestond dan ook voornamelijk uit bandleden en kennissen daarvan. Niek Verburg tipte de verslaggever. Zijn vader, Rob, speelt als basgitarist in mee in twee bands: ‘Splitlevel’ en een schoolband, dat als voorprogramma gold. Deze voormalige ‘Esbende’ kent een nieuwe samenstelling; een groepje Peizenaren, dat nog maar twee keer gerepeteerd had. En nog een bandlid moest missen, Paul Middel, die op Schiermonnikoog bivakkeerde. Het mocht de pret niet drukken. Zangeres Willy probeerde de zaal in beweging te krijgen. Dit lukte aarzelend; enkele dames gingen met de voetjes van de vloer. Het publiek had wel waardering voor de meest rock en rollnummers.  

Dan de hoofdact: ‘Intentions’. De eigengemaakte nummers klonken goed in het totaal verbouwde dorpscafé, dat begon met het meeslepende ‘State of Mind’. De nieuwe zangeres, toevallig ook uit Peize, zorgde voor variatie. Petrick genoot achter zijn drumstel. Muziek, dat door het leven gaat als symfonische rock. Het is even wennen. Het merendeel vond het leuk.

Voor de bandjes smaakt het naar meer. De initiatiefnemers willen in de toekomst meerdere groepen; een open podium. Of dit van de grond komt is de vraag in een verder wel muzikaal dorp als Peize. De ‘intentie’ is er in ieder geval om er iets van te maken, om het bij de hoofdact te houden. .

Okt. 2009  

 

 

Zuidlaardermarkt 2009

 

 

Feesttent De Welte, paarden en volk, heel veel volk

 

 

ZUIDLAREN – De Zuidlaardermarkt wordt genoemd als de grootste paardenmarkt van West-Europa. Dat is terecht. De markt wordt omzoomd met paarden. En paardenvolk. Een impressie van de 809ste editie

 

Frankrijk, België, Italië, Spanje en vooral Duitsland. Paardenhandelaren uit alle windstreken weten de weg naar het aloude Drentse brinkdorp wel te vinden. Om 02.00 uur komen de eersten al aan. Dan stuiten ze op de eerste feestgangers die weer huiswaarts keren. Maar het merendeels van de mensen is dan nog op pad. In de Gouden Leeuw, de Prins Bernardhoeve, de Beuk, de Vliegh, het open podium achter het beeld van Zuidlaren en de feesttenten. Toevallig komen wij daar ook terecht. Feesttent de Welte. Nooit geweest; nooit van gehoord. Papa di Grazi zien in de Gouden Leeuw was ook een optie of de Nacht van de Prins of Jan Smit in de Beuk, maar daarvoor moest je betalen. En vooral in de rij. De Beuk kende zelfs twee toegangspoorten, voor ‘16 plus’ en ‘25 plus’. Alles vijf euro. En dan wist je nog niet wat je kreeg. Nee, dan de Welte. Het kwam wat langzaam op gang. Maar dit veranderde met de komst van de Showbusters. In een half uur ging de zaal plat. De wel heel erg brede Luciano Pavarotti figuur kreeg de lachers op de hand. De stem was tot in Rome te horen. Dan snel verkleed als Blues Brothers, maar de beste act was die van Koos Alberts. Compleet met rolstoel was het net Koos zelf. Ontroerend was dat een meisje, dat eveneens in een rolstoel zat, door een stel jongens op het podium werd gehesen om een duet te vormen. Een prachtig moment, dat door de volle tent gewaardeerd werd. Terwijl het feest maar doorging met deze rasartiesten (waaronder de voormalige muzikant van de roemruchte Dizzy Mans Band (en dus trok ook the Opera voorbij) en na de kolderieke uitvoering van Kabouter Plop gingen we, met een hoedje van de Welte op, tevreden huiswaarts. Om de volgende dag terug te keren voor de markt en de kermis. Volk, heel veel volk was er op de been. Mede door het koude, maar bijzonder fraaie weer. Koud hoort bij de Zuidlaardermarkt. Ten tijde dat de kachel weer aan moet.

Okt. 2009

 

 

 

Rodermarkt 2009

 

 

Honden te koop, Frans Duijts of Duits Frans en waar is Jannes?

   

 

 

RODEN – De Rodermarkt is een feest van traditie. De vroegere paarden en veemarkt is een complete feestweek geworden. Verder is er niet veel veranderd. Boeren, burgers en buitenlui treffen elkaar elk jaar weer, op Ronermaark.

 

Traditiegetrouw begint de feestweek met de miss-verkiezing, waarna een dag later de parade der parade, de Rodermarktoptocht door het dorp trekt. Anno 2009 een kleurrijke bonte stoet van zeventien praalwagens, een kleine reclamekaravaan, tot muziekkorpsen uit de omgeving. Uitgerekend de ‘buitenstaanders’, uit Altena en Peize, maken tegenwoordig de dienst uit als het om de prijzen gaat. Weken, nee maanden zijn de groepen bezig geweest om de wagen te versieren. Om ze vervolgens twee keer (’s middags en ’s avonds) aan het publiek (meer dan 50.000 man sterk) te laten zien.

’s Avonds begint de Rodernacht. Vroeger was alleen maandagavond het episch centrum van feestvierend Roden, voorafgaand de dag van de echte markt (met paarden en kramen); zaterdag is tegenwoordig de drukste dag. Na jaren gingen we de maandagnacht weer eens in. Hier volgt een impressie. Vroeg op pad, want Jannes komt. Niet een Jannes, maar de Jannes, Drentse Jannes die hit na hit scoort, omdat hij gewoon Jannes is. Allereerst de tent van de Jaarbeurs. “Jannes?, nee, die komt hier niet. Dat is verderop ergens in Roden”, meldt de muntenverkoopster. Dan maar een eerst een optreden van Frans Duijts. Of is het nu Duits Frans?. Niks van dit alles, hij zingt gewoon in het Nederlands. En zit vooral in een kooi; zijn grootste hit, die massaal wordt meegezongen. Daarnaast is er Vangrail, de allround-band.. Omdat tijden zijn veranderd (het feest vroeger op de avond) is er een gemengd publiek; zelfs senioren genieten mee. Het is tien uur. Tijd om Jannes op te zoeken. Hij zou bij Pruim optreden. Dat gaat ook wel gebeuren, maar dan om 00.00 uur! Even wat munten inslaan. Dit moet tegenwoordig via een automaat. En alleen als het papiergeld gestreken is blijkt. Kroegen genoeg. In de Pompstee onder meer Hooked on Red. Veel zonnige hits trekken voorbij. Terug naar de jaarbeurs, voor een bodem (mjam mjamm Surinaams eten). In een rij bij de sloot, voor de ‘afwatering’, onder toezicht van oom agent, die het luikend toestaat. Terug naar Jannes. Iedereen wil Jannes zien. En daar is ie! En zet meteen de zaal op zijn kop: ‘Mijn naam is Jan-nes’, brult iedereen. Sommigen scanderen hun eigen naam. Andere kraker: ‘Ga maar weg!’ Maar de meesten blijven. Het is groot feest. Zelfs piratenmuziek-haters deinen mee. In Onder de Linden (beter bekend als Piet en Griet) houden Albert en Sia de stemming erin. Er wordt nog niet aan de lamp gehangen, wat hier een traditie is.

De volgende morgen marktdag. Paarden langs de kant; het volk paraderend. Rodermarkt is een soort reünie. Je komt elkaar soms tijden niet tegen, maar wel op Ronermaark. De kraampjes zijn er vooral voor het vrouwvolk. De heren schuifelen mee. Al dan niet met tegenzin. Opvallend dit jaar: een hondenkar. De hondjes zijn te koop. Verder een stel op de fiets, dat de weg kwijt is en uitgebreid de kaart opent, midden op de markt. Het is weer eens wat anders dan een paard op het pad. In een tent treedt ‘Plork en de Aannemers’ op. Het feest gaat maar door. Tot en met woensdagavond. Rodermarkt duurt echt een week.

Foto's: www.rodermarkt.net

 

 

2009

La Vuelta in Drenthe:

 

 

Fiësta in de ‘Auwema-Flik’ bocht van Norg

 

 

NORG – In de tweede etappe van de Ronde van Spanje werd Norg aangedaan. Het dorp stond op zijn kop.

 

De weg van Altena en Lieveren is op deze bijzondere dag als vanouds: rustig. Pas in het brinkdorp komt het volk in beweging. En in het centrum is het feest. Bij café Zwaneveld vloeit het bier en rond de gelegenheidsterrassen aan de overkant is het gezellig. Kinderen vermaken zich in een zwembad (!) of op een mechanische stier. Er speelt zelfs een flamencoband. We nestelen ons om 14.00 uur in de bocht. Op de weg zijn de namen Auwema en Flik geschilderd. De initiatiefnemers van het Norger Vueltafeest. Opvallend bij de gevaarlijk scherpe bocht: geen afzetting of strobalen. Maar het vele publiek gedraagt zich gedisciplineerd. Hoezo Vuelta? Er zijn gewoon ‘verkeersregelaars’ en op motoren prijkt ‘wielerwedstrijd’. Een verkeersregelaar krijgt bijna bier in zijn bidon. Nog een opvallend feit: het grote tv-scherm staat op de achtergrond. Er zijn beelden van judo. Het verslag van de Vuelta is nauwelijks hoorbaar.  Dan doemen de eerste auto’s op, vanuit de richting Peest. Van ploegleiderswagens, directiewagens tot zelfs ‘luchtvaartpolitie’. Er is geen reclamekaravaan. Zelfs geen Vuelta-kraampjes. Alleen kraampjes met bier. “Woj nog een fiets hebben?”, vraagt iemand terwijl het dak van een auto uitpuilt van de rijwielen. Er blijkt een kopgroep, die vier minuten voor het peloton uitrijdt. De mensen rechtten zich. Gaan op stenen staan of olievaten. Precies op het tijdschema van 15.30 uur denderen de eerste renners Norg binnen. Bij de  koplopers zowaar Lieuwe Westra, wiens vader pas is overleden. Wat zou het mooi zijn als hij de etappe wint. Dan raast het peloton (een mannetje of 200) langs. Rakelings langs de hekken, die op sommige plaatsen staan. Hoezo inhouden in de bocht. Daarna volgen auto’s en motoren. Een achterblijver en bezemwagen maakt het veld compleet. De stoet veroorzaakt bijna een kettingbotsing. Het massaal opgekomen publiek neemt dan de weg weer in bezit. Plotseling keren enkele auto’s van ploegleiders; tussen het stomverbaasde publiek door. De meute is op weg naar Donderen, Vries en het vliegveld (!) van Eelde. In vliegende vaart ja, want om 16.15 blijken ze al Emmen te naderen. Norg is dan al bezig met opruimen. Helaas geen rechtstreekse beelden van Auewema-Flik. De pret was er niet minder om. In Lieveren komen ze zowaar in een file. Net als de Vuelta: ook nog nooit vertoond.

Zondag 30 augustus 2009

  

 

 

Cancellera op pole position

 

 

ASSEN – De primeur van de Vuelta op het TT-circuit was een ongekend succes. Bijna  vijftigduizend wielerfans en nieuwsgierigen omzoomden het parcours. Een sfeerverhaal.

 

Het was voor iedereen wennen: de Spaanse organisatie, de Nederlandse en ook het publiek. Hoe kom je het snelst in Assen? Annelies van het Koetshuis wist het zeker: Vries is filevrij. Hoewel wat laat vertrokken op tijd in de stad. Pas bij de TT-baan wordt het drukker. Maar plek genoeg op de parkeerplaats bij het motorcircuit. Dan worden we bijkans overreden door het peloton toerfietsers, die hetzelfde traject hebben gereden. We missen net de ereronde van de eerdere Nederlandse Vuelta-winnaars, waaronder Joop Zoetemelk. Daar sta je dan. Waar moet je heen? Met zijn allen door de smalle tunnel. Daarnaast een breder pad voor VIP’s en de voor de gelegenheid genoemde Guardia Civil en nog wat. Dan doemt de hoofdtribune op, die stampvol is. Vamos Tammo!, zie ik nog net op een spandoek staan. Buiten het circuit: een complete camping, lawaai uit de TT-hal en een horecaplein. We proberen twee andere tribunes: zelfs de trappen zijn bezet. In een hoek zien we nog net vier plaatsen vrij. Niet gek, al zitten we wat ver van de finish en de renners. Op deze tribune zowaar ook Spanjaarden. Ze zijn van het uitwisselingsprogramma met Nederlanders. Zij zijn ook de meest enthousiaste supporters. Gewapend met spandoeken, Espana schreeuwend en ook Rábobank, laten ze hun warmbloedig temperament blijken. Er springt geen vonk over. Tot teleurstelling wordt ook de wave niet overgenomen. En zelfs de Duitse duivel houdt zich rustig. Dan de wedstrijd. Het is toch anders dan een motorrace, waarbij je de renners nauwelijks ziet. Ze gaan veel langzamer. “Hebben ze wel regenbanden om?”, vraagt een ander stel terwijl enkele pittige buien vallen. Het weer wisselt sterk, waardoor er een scheef beeld ontstaat. De baan wordt steeds natter. Eentje, Carlos Barredo, glijdt uit bij de start. Een ander belandt bijna in het grind. Helemaal curieus is de renner die bijna de verkeerde kant op gaat, de weg van de volgauto’s. Het gaat maar net goed. Het is een lange zit, van vier tot half zeven. Een voor een komen ze voorbij. Veel onbekende renners, maar ook beroemdheden en Nederlanders. Er ontpopt zich een leuke verbale strijd tussen de Nederlandse en Spaanse commentator. Over het uitspreken van de renners. Het is Frééire en niet Frère, verbetert de Spanjaard. Nee, geen Koes Moerenout, maar Koos Moerenhout, wordt hem dan weer tegengesproken. Robbert Gèssink, Kroezinger, Tom Boonen, Rábobank, Sáxobank, om de Spaanse versie van de namen nog even te noemen. Dan valt er een serieuze bui. Een reclamezuil blaast zich spontaan op, de helikopter van de Spaanse tv blijft doorvliegen, paraplu’s gaan uit, plastic over de kleren. Anderen zoeken een tijdelijke schuilplaats. Na regen komt echter zonneschijn. Jesper Mauris verrast. Het is zelfs een Nederlander. De grootste verrassing is echter een Belg, Tom Boonen. Hij wordt echter voorbijgestreefd door Fabian Cancellera, de uiteindelijke winnaar. Een mooie naam op de erelijst: de proloog op de TT van Assen. Van de Ronde van Spanje wel te verstaan. ‘Cancellera op ‘pole’ kopt een Spaanse krant, die de proloog op passende wijze weergeeft. 

29 augustus 2009

 

 

 

 

  

Future Guys stelen de (Paarden)show

 

 

El PAISO – Veel publiek, volop sfeer en spectaculaire vertoningen bij de Paardenshow, onlangs in Peize. Vele takken van de paardensport kwamen aan bod. En de nodige show. Van 23 aanspanningen (meer dan ooit), ‘show a la flèche’ tot ‘skiënde cowboys’.

 

Die cowboys gaan door het leven als ‘Future Guys’, afkomstig uit het Zuiden des lands. Ze kondigen het zelf aan: ‘zeer spectaculair’. “Benen binnenboord!”, wordt kinderen aangeraden. Terwijl (heel toevallig) de traumahelikopter overvliegt gaat het Wilde Westen los. Getooid in Texas-kleuren en zwaaiend met de Amerikaanse vlag vliegen ze de baan op. De zes ‘trickriders’, zoals ze het noemen, reizen heel Europa af en genieten in het Noorden vooral bekendheid in Rolde, bij de Amerikaanse Markt. Het is stunten op paarden. Als een tornado  scheert het langs het publiek. Ongelooflijk wat er dan gebeurt: ruiter over het paard hangend, ondersteboven, staand en op ski’s (!) achter het paard. “Dat durf ik ook wel”, meldt een peuter (!). Bij de tweede poging vliegt hij echter uit de bocht en komt hard in aanraking met de dranghekken. Kinderen komen met de schrik vrij. “Niks aan de hand”, wordt geroepen. Ze zijn het een en ander gewend, alleen niet dat het stunten mislukt zoals hier. De stuntman kruipt na zijn val meteen weer op het paard. Bikkels zijn het. 2117 toeschouwers in verbazing achterlatend. Wat ze ervan vonden in Peize? “Als er maar sfeer is, maakt het niet uit of er vijftig man zijn of vijfduizend, zoals bij sommige shows”, melden de Future Guys tevreden. De Future Guys vormde het absolute hoogtepunt van de achtste Paardenshow, dat uniek is in zijn soort. Steeds weer weet de organisatie, Vereniging Volksvermaken Peize, een gevarieerd programma te presenteren. Mede dankzij Roelof Huizing, de paardenman 'met de contacten'. Hij haalde enkele jaren geleden een politiemacht naar Peize. Politie te paard, vechtend tegen raddraaiers en springend over een brandende hindernis. Of een paard en wagen uit een vrachtauto stormend. Naast ‘dure’ spektakelstukken is er ook de nodige regionale en lokale inbreng. De eigen paardenvereniging De Hopruiters is er vanaf het begin bij. Laura Zwart ook. Ze staat op eenzelfde niveau met Anky van Grunsven. Het rijtuigenensemble Concours d’Elegance uit Nienoord is ook vaker geweest. Dit keer met 23 aanspanningen; rijtuigen uit vervlogen tijden: een rijdend museum. Mennen, pony’s, tuigpaarden, alles komt aan bod. Dit jaar eens zonder springen; het maakte de show iets minder spectaculair. Maar steeds is er dat nieuwe showelement. In plaats van de traditionele ‘Sonneurs van het Noorden’ (de jachthoornblazers, die de show aankondigden) was er dit keer een heuse primeur. De piepjonge majorettes van muziekvereniging Excelsior mochten tijdens hun tweede optreden voor het eerst opdraven voor eigen publiek. Opzwepende Spaanse muziek derhalve bij de show van de meiden, die het publiek in vervoering brengen met technische hoogstandjes met de batons en bijhorende dansjes. Bij de ‘Show a la flèche’ draait het om het fenomeen ‘voor- en achterpaard’. Het blijkt niet mee te vallen twee paarden te besturen. Wie zoal afkomen op de nog altijd gratis show? Paardenkenners, boeren, burgers en buitenlui. Een oud-inwoner van Peize zegt geen kenner te zijn: “Mien peerd luip de verkeerde kant op. Nee, een fiets heb ik beter onder stuur. Die zet ik meteen in de richting van mijn woonplaats Hoogkerk”. “Dat is het mooie van deze show; het is voor iedereen”, zegt voorzitter Hendrik Hagenauw. Om vervolgens de nieuwe Paardenshow aan te kondigen: 30 mei 2010. 

     

 

Juni 2009

 

Openluchtmuseum Arnhem:

 

Erkenning en herkenning van Nederland

 

 

ARNHEM – Het Openluchtmuseum in Arnhem wordt niet alleen steeds groter, het wordt ook steeds populairder. Het museum laat Nederland zien in al zijn facetten.  

 

“Dertienduizend bezoekers op een dag is het record”, meldt de ‘president van het museum’, die vrijwilliger is, maar op zijn vrije dag het niet kan laten om toch weer een rondje door het park te maken. Hij is in het gezelschap van tientallen mensen, die ruim voor de openingstijd op deze Hemelvaartsdag staan te trappelen van ongeduld. Maar tien uur is tien uur, tot woede van iedereen en ook de medewerker zelf. De president zou om tien uur bij de trein zijn, om bezoekers door het park te vervoeren. Een uitkomst die twee trams die om de tien minuten langskomen. En ’s middags, als het nog drukker is, rijdt er zelfs om de vijf minuten eentje. Dan worden er zelfs drie ingezet.

De ouderwetse trams, onder aanvoering van conducteurs in klassiek uniform, inclusief fluit, kennen verschillende stations, waar verschillende delen van Nederland te bewonderen zijn. Zo is er de Zaanse wijk, de Brabantse buurt, boerderijen, enz. Het lijkt allemaal net echt. De huizen op originele wijze gebouwd; het ruikt er zelfs naar. Het is vooral de herkenning, als het gaat om reacties. Ook van kinderen, die volop aan hun trekken komen, met zelfs een kermis. “Deze tegels hebben wij ook”, zegt een jongentje. Dan is er kennelijk in jaren niets veranderd in hun huis, waarvan de tegels uit de zestiger jaren stammen. Mensen verwonderen zich over de kleine huisjes, waarin mensen vroeger woonden. En het harde werken. Een wasmachine bestond niet; alles moest met de hand gebeuren. Om dit zelf eens aan den lijve te ondervinden werden bezoekers ook aan het werk gezet. Om het overtollige water in het pontje weg te werken was er een blik bij ingelegd, zodat de mensen zelf water moesten lozen. Zwaar werk ook in het plaggendorp. Zelf een plaggenhut bouwen binnen twintig minuten. Wanneer deze klaar was kwam er echte rook uit de schoorsteen. De mouwen moesten flink worden opgestroopt. Een geniale vondst. Na gedane arbeid even dorst lessen in het café. Nee, moderne koffie als Wiener Melange werd hier niet geschonken. Het museum biedt volop variatie. Zo zijn de vele attributen gestald in het depot, waar bezoekers ook mogen komen. Curieus zijn de verzamelingen die tentoongesteld werden. De collectie spaarpotten reikt tot aan het plafond. Bizar is de persoon die luchtzakken uit vliegtuigen spaart.

Hoewel het park eigenlijk om 17.00 gesloten is volgt er een extra rondje in de ‘Hollandrama’; het in de volksmond genoemde ‘ei’, voor de ingang van het museum. Dan heeft niemand het meer over de openingstijd van precies tien uur. In het ‘ei van Columbus’ kunnen liefst honderdzestig mensen. Je weet niet wat je ervan verwachten mag. Maar een trouwe bezoekster gaat voor de zoveelste keer mee. Omdat het zo leuk is. En dat is het ook. Een geniaal staaltje techniek, waarbij de bodem zakt om het beter te kunnen zien, laat je Nederland zien in al zijn facetten. Van de Elfstedentocht, de fiets, de Watersnoodramp, het landschap, het koningshuis, tot vogels die fluiten. Allemaal net echt. Zoals in het hele openluchtmuseum.  

 

Mei 2009  

 

Promotiefilm Het Hoogeland en Tocht om de Noord

 

 

“Zegt het voort: het is zo mooi hier om de Noord”

 

 

 

WARFFUM/WEHE DEN HOORN – Onlangs vond de inschrijving plaats voor de vierde Tocht om de Noord. De tweedaagse wandeltocht, van ‘Lauwersoog tot Dollard tou’, voert langs de mooiste plekjes van het Hoogeland. Om de tocht te promoten werd vorige week een reclamefilmpje opgenomen. 

 

Projectleider Peter Velthuis gaf opdracht voor het reclamespotje, dat voor twee doeleinden  gebruikt wordt: voor de promotie van de tocht en om de streek het Hoogeland in de schijnwerpers te zetten. “We willen de verschillende aspecten tonen, van al het moois in dit gebied. Het thema van de komende tocht is ‘wandelen door de eeuwen van Groningen. De tocht gaat door 24 dorpen. Elke plaats heeft een historisch verhaal. Stadsomroepers, verhalenvertellers en theatergezelschappen zullen het verhaal levendig maken”.

 

Voor de film (in totaal vijf minuten durend ) vroeg Velthuis onder meer Nordic walking De Marne-instructeur Janneke van der Vis voor figuranten. De openingsscène was rondom Openlucht Museum Het Hoogeland te Warffum. Zo’n primeur van een filmrol krijg je niet altijd, al hadden sommigen toch wel ervaring. Over ervaring gesproken. Ook Jan Uitham was van de partij. De inmiddels 84-jarige schaatscrack van weleer (“nee, ik ben geen ‘Bekende Nederlander’, maar ‘Beruchte Noorderling’”) heeft het lopen ook ontdekt. Uitham is een van de weinige personen, die de Elfstedentocht op drie onderdelen heeft afgelegd: schaatsend, fietsend en lopend. Een bont gezelschap verder, afkomstig van Warffum, Ulrum, Delfzijl, Leens tot Appingedam.“Het is niet echt wandelen; het zijn maar kleine stukjes”, legde Veldhuis uit. Wat heet. Een rondje binnen de hekken van het museum werd het. Mede vanwege het weer, dat fraaie vergezichten niet mogelijk maakte. Cameraman Jeffrey en regisseur Sebastiaan namen vervolgens het commando over. “Het belangrijkste is om niet in de camera te kijken. Als we ‘actie’ roepen zijn wij onzichtbaar. En graag in vaste volgorde lopen”. Eerst volgde de loop naar café ‘Bie Koboa’. De groep viel meteen uit elkaar, omdat Jan Uitham een gat liet vallen. “Tja, dat komt van het praten, hè”, was zijn geldig excuus. Vervolgens werden twee vrijwilligers uit de groep gevraagd, die een oud Gronings paar moest voorstellen, wonend in een ouderwets huisje. “En krijg ik dan ook een Beerenburger?”, vroeg Uitham, om het tafereel compleet te maken. De rest moest een rondje maken om de tafel. “Je mag alles zeggen, behalve het woord camera”, kregen de figuranten nog mee. En daar zaten de twee. “Wilst nog ’n stukkie kouke?”, vroeg Uitham aan zijn ‘eega’, gespeeld door Marianne Zwaneveld uit Losdorp. Het rondje moest nog een keer. Er werd te snel gelopen. Desondanks duurde de hele filmscène korter dan gepland.

De volgende dag stond onder meer Wehe den Hoorn op het menu. Het weer werkte nu wel mee. In groepjes ging het opnieuw naar de kroeg, café Hoornstertil. Hoe sportief ook, de auto werd gebruikt om naar de fraai geelgekleurde oude kerk, Het Marnehoes, te gaan. Niet in de kerk zoals gepland (de eigenaar van de sleutel was er niet), maar achter het gebouw. Daar gaf de ingehuurde stadsomroeper uit Winschoten een prachtige voorstelling, voor het oog van het ‘voetvolk’: “Hej’t al heurd, hej’’t al heurd”, begon de in origineel kostuum gestoken ervaren omroeper (zo’n 52 keer per jaar), inclusief luide bel, zijn rede in onvervalst Gronings. Zoals het vroeger ook ging, op een steen. Hij vertelde over de historie van Wehe den Hoorn. Dat het vroeger op een eiland lag. En waar je door de regen van boven wel nat wordt, maar de voeten droog houdt, omdat de plaats zeven meter boven de zeespiegel ligt.. Om af te sluiten met “zegt het voort, zegt het voort”. De stoet trok vervolgens naar het Hogeland College. Buiten het dorp plaatsten leerlingen spandoeken. Met onder meer de bijpassende tekst: ‘Hardlopers zijn doorlopers’. Voor de laatste opname ging de groep letterlijk de boot in. De toekomstige tv-helden vervolgden de weg naar oorden als Kantens en Rottum. Waar theater een hoofdrol speelde.

Het promotiefilmpje wordt getoond op de website van de Tocht om de Noord. Op TV Noord komt een verkorte versie, maar deze wordt wel zestig tot honderd keer getoond. “We kunnen niet beloven dat u allemaal in beeld komt”, werd de figuranten nog meegegeven. Maar daar was het de meesten ook niet om te doen.

De Tocht zelf wordt gehouden op 26 en 27 september. Veldhuis: “Het is heel populair. We zijn begonnen met zeshonderd en zijn gegroeid naar tweeduizend deelnemers. Maar het moet wel leuk blijven. Het maximum is 2500. Het traject is tachtig kilometer. Maar je kunt het ook korter maken. Degene die de hele tocht gelopen heeft verdient een heuse ‘pronkjewail’”.

 2009

 

 

 

IJsgekte in het hele land

 

 

PEIZE/BUNNE/ZUIDLAREN - De plotselinge winter die Nederland na jaren weer overviel zorgde voor ongekende taferelen. IJsbanen puilden uit, schaatsen raakten uitverkocht en de warme worst was niet aan te slepen. Een terugblik op een winterse periode, waar het land zo lang naar verlangde. Een rondje langs de ijsbaan in Peize, Bunne en het Zuidlaardermeer.

 

Eind december gingen de ijsbanen eindelijk weer open. Zo ook in Peize, waar al voor de officiële opening de eerste liefhebbers op de baan stonden. Voor veel kinderen was het de eerste keer dat ze in aanraking kwamen met het bevroren water. En iedereen wilde dit meemaken. De afgelopen weken stond Peize massaal op het ijs. Alles werd daarbij ingezet: stoelen, sleeën, maar ook kinderwagens. Ouderwetse taferelen; in de rij voor de onvermijdelijke ‘kwast’, voor de dorst. Het bestuur kon veel nieuwe leden inschrijven; anderen bleven trouw lid (ondanks het gebrek aan ijs de laatste jaren). Naast rondjes om de ijsbanen waren er ook activiteiten. Schoolkinderen reden de ‘Elfstedentocht’ en er waren heuse ‘hardrijderijwedstrijden’. Op naar Bunne. Daar, op de ijsbaan van ijsvereniging Nooitgedacht, was er het strijkbout gooien. Een wat minder bekende wintersport. En dat viel nog niet mee. De ene strijkbout gleed harder dan de ander. De bedoeling was om in een cirkel te glijden of smijten. Het zorgde in ieder geval voor vermaak. Dat een slee per ongeluk de strak getrokken lijnen (van de te behalen punten) doorkruiste mocht de pret niet drukken. Het ging om de lol. Als de ijsperiode langer duurt gaan we massaal naar de meren. ‘Beheersbare drukte’, schreef de schaatsbond over de toertochten die afgelopen weekend werden georganiseerd. En dus trokken wij met onze vrienden ook naar het Zuidlaardermeer. Om de parkeerdrukte te omzeilen de auto bij de kerk van Noordlaren. Waar we meteen op de schaats konden, via de sloot naar de start, bij het meer. Waar de koffie over het ijs werd vervoerd, naar het terras, midden op het meer. Het was een toertocht van tien kilometer, rond het meer. Een tocht met twee gezichten: met de wind mee hoefde je niet te schaatsen; laat maar gaan die banaan. Dan de wind tegen en dat viel niet mee. Je kwam nauwelijks vooruit. Duizenden schaatsfanaten waren op de been. Even zitten langs de kant? Dat kon, bij een tweede terras en op enkele bankjes. Het aantal valpartijen viel mee. Een man verloor daarbij zijn pet. Die dan weer keurig werd opgeraapt door een willekeurige persoon. Schaatsers uit alle windstreken. ‘Treintjes’ in gladde pakken, doorgewinterde scheuvellopers en krabbelaars. Na de eerste ronde (binnen twee uur, met een kind mee) lunchtijd of medaille halen bij de Bloemert in Midlaren. Waar het zo druk was dat we gegeten hebben in de ballenbak (!). Nog een ronde dus. Ook dit werd overleefd. Wat je wel niet tegenkomt: honden, kinderwagens, spookrijders, priksleeërs, ijssurfers, ijssteps, enz. Ja, zelfs een rollator. Bij de stempelposten werd het steeds drukker. Na de twintig kilometer met succes te hebben volbracht gaan we lopend terug naar de auto in hartje Noordlaren. Waar café het Veerhuys (inderdaad, kleine café aan de haven) lonkt. Niet de koffie, maar de chocolademelk is klaar. Binnen (er waren zelfs sloffen voor je neergezet) even de behoefte doen op het letterlijk ‘hooge heerentoilet’. Passend bij de monstertocht, dat niet voor kleintjes is. Op enkele uitzonderingen na. Maar dat zijn dan de echte bikkels. “Ik wil nog wel naar de ijsbaan”, zegt de 9- jarige, terwijl ze twintig kilometer (!) in de benen heeft.   

 

11 januari 2009