België

 

Brugge:

 

"Zij de gij helemaal naar hier komen fietsen?"

 

BRUGGE - Belgie is een land apart. Dat geldt zeker voor onze bestemming, Brugge. Het Venetie van het Noorden. In deze stad van reien, begijnen en…bruggen waren wij te gast. Stad ook van de Sinten: Sint Michiels, Sint Kruis,enz. Het katholicisme overheerst. Maar het is bovenal Belgie, een land apart met al zijn "vreemde" gewoontes.

Niet alleen de mensen, ook de wegen zijn apart. De rotonde bij Brugge is niet alleen een rotonde, de ringweg loopt er omheen. We raken er knap van in de war. Uiteindelijk vinden we in de wijk Sint Michiels onze "studio", ’ t Groeneveld. Een complete woning, nee slechts een deel behoort van ons. De rest is van de familie Staelens. We krijgen een groot contract voorgeschoteld. Op zijn Belgisch. "Confortabel en luxe gemeubeld, een inkom en een opklapbaar kastbed". Jawel, een kastbed. Een bed die uit een kast kan worden gehaald. "Gemakkelijk parkeren" meldt het contract nog. Inderdaad, de auto mag je voor de deur neer zetten. Een andere, gratis parkeerplaats, is bij het vlakbij gelegen station. Van hieruit begonnen de talloze wandelingen. Want Brugge is een stad om in te slenteren. Romantisch, historisch en schoon, dat is Brugge. Stad die omringd is door poorten. De Gentpoort, Katelijnenpoort, Boeveriepoort, Ezelpoort, enz. En de nodige bruggen. "Onze Lieve Vrouwenkerk" is het kenmerk van de stad. Binnen bevindt zich ondermeer het praalgraf van Maria van Bourgondie. Bourgondisch is Brugge zeker. Culinaire hoogstandjes genoeg. Naast het eten (‘paling in het groen’ in een middeleeuwse kelder bijvoorbeeld) is Brugge de stad van "Straffe Hendrik", het plaatselijke pintje.Zeg maar gerust pint want "straf" is deze zeker.

Brugge kun je natuurlijk niet verlaten zonder een rondvaart door de reien (kanalen). Maar vergeet ook niet het Belfort te beklimmen. Na 366 traptreden is de beloning een prachtig uitzicht. Wij treffen het als de klokken net gaan luiden. Mooiste straatnaam (met stip): "Blinde Ezelstraat". Vele heilige Maria’s sieren het stadsbeeld. Een typische Brugse bezigheid is ook het kantklossen. Ja, in Brugge ben je niet snel uitgekeken. Het verrassend fraaie weer (we hebben bijna geen zomerse kleding bij ons) nodigt ook uit voor een dagje strand. Dat doen we eerst in de avond waar we de hoge duinen bij Weduine beklimmen. Maar de badplaatsen zijn Knokke en Blankenberge. Knokke-Zoute is zo sjiek dat er geen patattent te vinden is. En dat in het patatland bij uitstek. Wel wensen ze ons hier een "vrolijk pasen". Och, ze kijken hier niet op een dag, zal de Bourgondiche inslag zijn. Blankenberge dan, met de "Pier van Scheveningen". Het zeewater is nog aan de koude kant, elf graden. Dan maar een partijtje midgetgolfen oftwel "golf miniature". Op de grens met Nederland ligt het natuurpark Het Zwin. Een paradijs voor vogels.

Om Brugge en omstreken van een andere kant te bekijken hebben we een tandem gehuurd. En geloof het of niet, zelfs een tandem is anders in Belgie. We rijden dwars door de stad maar koersen ook richting het zuiden. Het platteland van Oost-Vlaanderen. Met zijn halve molens, kasteel de Zeven Torentjes en Loppem. En daar worden we aangesproken door een plaatselijke bewoner. Als we zeggen dat we uit Noord-Nederland komen vraagt hij in onvervalst sappig Vlaams: "zij de gij helemaal met den fiets van daar naar hier gekomen"? Het had gekund maar 400 kilometer leek ons iets teveel van het goede. Maar deze vraag is wel typerend voor de Belgen, een apart volkje. Maar het aanzien meer dan waard.

            

 

 

 mei 1995