Bretange

 

 

Bretagne 2010:

 

 

Nederlanders overspoelen Bretagne

 

 

SAINT-LUNAIRE – Het was druk deze zomer aan de Bretonse kust. Voornamelijk met Nederlanders, die de hitte in eigen land niet meer konden verdragen. De verkoeling was er.

 

Campinghouders Michel en Rita wisten niet wat hen overkwam. “Waarom komen zoveel Nederlanders hier naar toe?”. Ze begrepen er niks van. De camping, genaamd Longchamp, stroomde daardoor helemaal vol. Meestal zijn de Fransen in de meerderheid, maar dit keer niet. Nederlanders en Fransen, het blijft een wereld van verschil. Als de Nederlanders naar het strand gaan, gaan de Fransen niet. Dat werk. Cultuurverschillen. Hele andere tijden. Nederland, het land ook van de theedoeken. Voor na de afwas. Al zie je tegenwoordig ook Fransen die afdrogen. Cultuurverschil ook op de wegen. Waar in ons land de wegen tot in de finesse zijn en alles geordend, tref je in het Franse binnenland erbarmelijke wegen aan. Invoegstroken zijn nergens gelijk. Soms lang, soms kort. Wij zagen een man de weg uitvliegen, bij het invoegen. De auto kwam achter de bosjes vandaan (je ziet ze dus niet aankomen) en schoot er ook weer in. Maar dan van de weg af. Iedereen gelijk stoppen. Wonder boven wonder mankeerde de chauffeur niets. Overigens verliep de achtste aflevering van Bretagne voorspoedig. Geen mankementen aan auto of caravan. Alleen een keer verkeerd gereden (geen Tomtom bij ons) en in plaats van Gent en Antwerpen kwamen we dwars door Brussel. En in het Brabantse land heb ik een heg geknipt (met de caravan). Een impressie van drie weken Bretagne.

 

Week 1: We vertrekken een dag na de WK-finale. Rustig op de weg? Niets van dat, niemand heeft een snipperdag genomen. Een kater of niet. Tussen Gent en Lille krijgen we een vleugje noodweer mee; de weg blank, we zien niets meer. Verder weinig schermutselingen. In België zijn ze lui. Een patatmedewerker van 'E17 Snack' wil het eten niet brengen. “Want daar zijn we te moe voor”. Ok, dan ruimen we ook niet op. “Want daar zijn we te moe voor”. nieuwe weg ontdekt (Lille ontweken en dat lukt een Tomtom niet). De onderweg-camping als vanouds: camping du Stade te Pont L’Eveque, dat een grote wegomleiding is. Ons dochtertje demonstreert de waveboard. Tot verbazing van ons en Franse automobilisten haalt de auto’s in. Tja, die snelle afdalingen he. De volgende dag al vroeg in de middag op de plek, camping Longchamp. De nieuwe eigenaar van de kantine moet nog wennen aan het nieuwe koffiezetapparaat. Al hebben alle Fransen problemen met koffie: smakeloos. Hoewel de omgeving niets is veranderd, doet de zee dat wel. We maken een Grande Maree mee, oftewel metershoge golven. Mensen komen daarvoor van heinde en verre. Naast de jaarlijkse attracties (Saint Malo, Mont Saint Michel en het maïsdoolhof, dat nog nooit zo hoog was) willen we ook wel eens iets anders. Het Fete des Megalithes in Pleslin Trigavou. Een feest in de sfeer van druïden, griezels, muziek en spel, rondom de mysterieuze grote stenen. Mooi om eens mee te maken. Bier noemen ze hier een ‘specialiteit’ en de hammen hangen te roken aan kettingen. Naast allerlei demonstraties en spelletje is er  uiteraard bal na, Fest Noz genaamd, maar dat maken we niet meer mee.

 

Week 2: Na jaren van het programma weer eens naar de Bourbansais. Dat is een kasteel met dierentuin, bij het nietszeggende Pleugeneuc. We zijn wat vroeg, daarom geeft de eigenaar ons alvast een krant. Wat opvalt: een schoon park. Eigenaardige flora en fauna, zoals de ‘rookboom’ en de ‘dik dik de kirk’, een soort antilope. En verder veel apen, luie leeuwen en lynxen, die zich niet links en niet rechts bevinden. Bij de valkenshow worden ooievaars (!) betrokken. De hondenshow (‘spectacle de la meute’) valt wat tegen. Niet echt spectaculair. Omdat het zo mooi gaat beklimmen we de volgende dag de Mont Saint Michel en Alligator Bay. Busladingen vol worden hier losgelaten. Ook hier veel Nederlanders. Zelfs in de Alligator Bay. Op de berg zouden we getuige zijn de vloed, die als een horde paarden op je af komt. Nou, geen vloed, want mensen zijn nog vrolijk aan het wadlopen. In de Alligator By zijn we getuige van krokodillenvoeren. De eigenaar moet met een megafoon de mensen de wegwijzen. We snappen er niets van. Als we Nederlanders op de camping vertellen van ons avontuur op de Mont Saint Michel is alsof ze water zien branden: Mont Saint Michel, wat is dat? Dan maken we een uitstapje naar het vliegveld van Pleurtuit, dat een rechtstreekse verbinding heeft met het Engelse eiland. Je mag hier alles fotograferen, maar je mag niet buiten op het platform kijken. Heel fraai zijn de tuinen van Montmarin, en dan zijn we weer ergens bij Saint Malo, alleen moet je de weg naar de parkeerplaats wel zien te vinden.

 

Week 3: Een wandeling is in Frankrijk ook een attractie. Ook hier is het: zoek het maar uit. Naar een beginpunt bijvoorbeeld. En bordjes zijn zeldzaam. Muren en boomtakken worden gebruikt als aanwijzing. Het landschap is lekker ruig; hier eindelijk geen Nederlanders, zelfs geen Fransen. De wandeling, rond de rivier de Fremur, was een tip van de campingbaas. In Tremereuc heb je nog een ouderwetse wc, waardoor ik kletspoten oploop, na het doortrekken. We zijn ook in Rennes geweest, de hoofdstad van Bretagne. Volg de borden ‘P bus en metro Villejean’ en je hebt de stad aan je voeten. Gratis parkeren in de garage en voor een paar centen doorkruis je Rennes per metro. Alleen is het wel ‘rennen in rennes’, want de metro wacht niet. In hartje Rennes genieten mensen in strandstoelen. Zonnebaden in een stad. Het strand ontbreekt nog. Dat de stad ooit door brand verwoest is, is nog te zien. Het ziet er een beetje armoedig uit ook. Bij café ‘Lanterne’ rijdt een bus zowat over je voeten. We laten het voetbalstadion en park links liggen. We hebben meer te doen. We willen ook nog naar Combourg. Nu we toch in de buurt zijn. Het kasteel is prachtig, de ontvangst minder hartelijk. Er zijn drie dames, maar de een belt, de ander kletst en de andere doet niets. Na een half uur sluiten we aan in de rondleiding voor het kasteel. Pluspunt: er is een tekst in het Nederlands. Op de camping ook volop vertier, met een Engelse kolonie, onze buren, die voor Franse begrippen veel lawaai hebben. Maar dit mag de pret niet drukken. We gingen ook een keer vissen met hen, tussen de rotsen. Nou, complete paden worden omgekeerd om de vangst te krijgen. Buiten de camping beconcurreren de circussen elkaar. Circus hier, circus daar, ook in ons dorp. Maar dan zonder dieren. De terugreis verloopt ook redelijk voorspoedig. Alleen ontkomen we maar net aan een politieactie op een aire (auto’s worden overhoop gehaald, er is hier duidelijk iets niet pluis) in Noord-Frankrijk. De overnachting is net als vorig jaar in Noord-Brabant. We verstoren de rust daar door de caravan in een heg te ‘parkeren’. Ze moeten de volgende dag toch wat te vertellen hebben. Zij beleven hier nooit wat.

 

2010

 

.   

Pech onderweg:

 

De ANWB geeft niet thuis; alle lof voor de Franse hulpdienst

 

 

 

 

SAINT LUNAIRE-  Net als vele vakantiegangers zijn ook wij gestrand in het immense Franse land. De derde keer overigens, pech onderweg. De primeur betrof een schroef (!) in de band, opgelopen in het gatenkaaswegdek van België. De plaatselijke garage heeft het euvel gerepareerd. Kosten: slechts vijftien euro. Geen wonder overigens dat het bedrijf inmiddels niet meer bestaat. Vorig jaar kregen we een klap van een band. Een klapband dus. ‘Hebben we u ooit laten staan?’, maakt de ANWB iedereen wijs. Het antwoord luidt: “ja”. Want de alarmcentrale in Den Haag nam niet op. Om 7.45 uur! Vervolgens in de wacht gezet. Vandaar zeker de naam wegenwacht. Tja, en wat doe je dan? Dan bel je gewoon de plaatselijke depanneur (sleepdienst van de garage). Binnen een half uur komt er een sleepwagen aan, met grote zwaailichten. Na de vakantie de ANWB nogmaals geraadpleegd. We kregen niks vergoed, omdat we het niet gemeld hadden. Maar de klacht werd wel in behandeling genomen. Omdat we het wel geprobeerd hadden. Tot op heden nog geen reactie ontvangen. Intussen hebben we de kosten van het hotel (vanwege alle oponthoud hebben we overnacht in Van der Valk) wel terug, via de bekende glasheldere reisverzekering  Drie keer scheepsrecht. Weer pech onderweg. De motor van de auto houdt er spontaan mee op. Nee, we hebben de ANWB niet gebeld. Uit ervaring (weg)wijzer geworden. Maar ook door ervaring van anderen. Zoals die Nederlanders, die pech hadden in Midden-Frankrijk. De auto werd via de ANWB naar een garage gebracht, 130 kilometer verderop. De Nederlandse hulpdienst kon echter niet vertellen waar (!). Nee, we hebben door een vriendelijke mevrouw de plaatselijke depanneur laten bellen. Binnen vijf minuten was deze ter plaatse. Het vehikel werd vervolgens weggesleept naar garage Meynard in Saint Lunaire. Kosteloos werden we teruggebracht naar de camping, Longchamp. Eigenaar Michel belde voor ons de garage op, over de vorderingen. Ook dit zonder enige kosten in rekening te brengen. Na vier dagen (het onderdeel moest besteld worden) konden we ons karretje weer ophalen. En weer die fantastische service. De campingbaas bracht mij naar de garage. “Het wegslepen kunt u declareren via de verzekering”, werd keurig gemeld. Maar is dit niet een zaak van de ANWB? Na de vakantie op naar ‘steunpunt’ Roden, in de Vrijbuiter. “Slordig”, vonden ze toch ook wel de actie van vorig jaar. “Toch had u dit voorval moeten melden”, werd weer eens ingepeperd. De instantie daarvoor is het steunpunt in Lyon, die de plaatselijke garage regelt. Plaatselijk? Lyon? Ja, en dan komt de auto zeker terecht bij een garage in Plessix-Balisson, dacht ik bij mezelf, om maar een dwarsstraatje te noemen. “U weet zeker niet waar Saint Lunaire ligt”, probeer ik de vrouw uit de tent te lokken. “Nee”, geeft de mevrouw van dienst toe. “Voor dit geval gebruiken we een speciaal formulier”, werd mij vervolgens uitgelegd. “Of het helpt kunnen we u niet verzekeren, want u hebt het niet gemeld. Er waren veel pechgevallen dit jaar, wordt dan weer een excuus gezocht. Om vervolgens de telefoon niet op te nemen, zeker. “U ontvangt zeker bericht”, werd beloofd. Ondanks dat we in Roden goed zijn geholpen lees ik nog eens de ‘Wegenwacht Europa Service’ van de ANWB door. ‘Direct hulp langs de weg’ en ‘hulp van de ANWB Alarmcentrale’. Die hulp is fantastisch, maar komt niet op naam van de ANWB, maar van de fantastische service van de Franse hulpdienst. Gewoon uit Saint Lunaire en Dol de Bretagne. Voor de ANWB deze oorden gevonden heeft zijn wij alweer op weg.

 

2009 .      

 

 

Tour-gekte in Bretagne

 

 

SAINT-LUNAIRE- SAINT BRIEUC- SAINT MALO - De Tour de France kwam in 2008 langs in Bretagne. Toevallig in de tijd dat wij onze vakantie erdoor brachten. Dan moet je er bij zijn. 

  

De vraag van een Breton, tijdens de busrit naar finishplaats Saint Brieuc, was tekenend voor het wielerevenement dat vooral een Franse aangelegenheid is: “Doen er ook Nederlanders mee?”. Verder kunnen de vooroordelen over de Fransen, of beter Breton, in de prullenbak. Want over het algemeen zijn ze vriendelijk en zeker niet arrogant. Sterker: Nederland kan nog heel wat leren van de Fransman. Ook al lijkt het soms chaotisch en sommige dingen onbegrijpelijk.

Zonder connecties kom je nergens. De Tourcontacten begonnen via Michel en Rita Rault, de eigenaren van de prachtige camping Longchamp, gelegen  aan de Cote Emeraude. Waar  allereerst finishplaats Saint Brieuc aangedaan. Zonder problemen. Je volgt het bordje  ‘Saint Brieuc direct’ en je bent er inderdaad direct. Een navettebus (pendeldienst) brengt je op 350 meter van de finish. De sfeer relaxed. Die ruw word verstoord door het carnaval van de reclamekaravaan. Van rijdende koffiekoppen tot immense namaakgasflessen. En tussendoor de volgauto’s, bussen van de ploegen en kinderen van de plaatselijke wielerclub. Het vele publiek is gedisciplineerd, maar vecht af en toe om een geworpen zakje chips of fles water. “Oh, u wilt water”, zag de wagen van Vittel…Dan krijgt u water. De toeschouwers krijgen de volle laag. De tegenover gelegerde tv-cameramensen maken foto’s van het spektakel; het zijn ook liefhebbers. Irritant vormt het groene reclamepodium, waarbij het lawaai tegen de koersinformatie ingaat. Het publiek maakt dat niet uit; ze willen een zwaaihandje. Er worden daarvoor allerlei onbegrijpelijke wielervragen gesteld. Maar dit is totaal overbodig. Een hand uitsteken is genoeg. De Tour de France-regenpakken zijn minder in trek; ze zijn niet gratis. ‘De stem van de Tour’ praat honderduit. Na afloop wil letterlijk iedereen de navettebus weer in. Geen hond die weet waar deze precies vertrekt, en dus loopt iedereen te zoeken of blijft gewoon op de plek. Uiteindelijk komt het goed en is het een wonder dat de bus niet in elkaar zakt. Want ze nemen het niet zo nauw met regels of een paar honderd man.

Saint Malo

Dan startplaats Saint Malo. Maar dan is er meteen een probleem. Hoe kom je er? Want er is maar een weg die Saint Lunaire en Saint Malo verbindt en deze weg gaat dicht voor de Tour. Met de boot is ook een optie. Toch maar auto. Maar eerst regelt de campingeigenaar een ontmoeting voor mij met Cofidis-masseur Philippe ‘Fili’Dault, die familie is van Rita. En dus zitten we aan tafel met Philippe, Veronique (zijn vrouw) en Erique (Erik op zijn Frans). De uiterst vriendelijke Cofidis-medewerker (ik krijg een halve Cofidis-outfit, inclusief regenpet!) heeft deze dagen geen dienst, maar geniet ook van zijn vakantie. En heet mij welkom in het hotel waar de Franse ploeg verblijft. Bij Hotel Kampanil in Saint Joan de Guerets (de hotels worden gekozen door de organisatie van de Tour, de Societe du Tour de France). Er is veel pers. Opvallend: alleen in de media (het toonaangevende regionale blad heet hier Ouest France) wordt volop aandacht aan de Tour besteed, dit in tegenstelling tot de commercie. Je kunt overal zo naar binnen. Er wordt gezegd dat het hotel vol is. Was ook niet van plan er te slapen. Renners zijn er niet of nauwelijks. Ze slapen of eten wat. De ploeg telt een Nederlander, Mattieu Hijboer. Ook even een praatje maken met iemand van LÉquipe, de organiserende krant van de Tour. De ontmoeting wordt even onderbroken, omdat de tekstverwerker hapert. Wacht maar even. Ik zie de man nooit meer terug. Hopelijk staat er de volgende dag wel tekst in hun krant. Dan gaat Dault er vandoor. Een hapje eten. Ik hoor iets van MacDanald.     

Saint Malo. Het epicentrum van toerisme en Tour de France. Ook nu levert de Navettebus weer prima werk. Al vroeg uit de veren. Want de brug gaat om 9.30 dicht. Een week voor de Gran Depart is de stad opgepoetst. De organisatie wil in alle opzichten een ‘schone’ Tour. Al is het achter het fraai versierde bord Intra Muros (de ommuurde historische binnenstad)  het een grote bouwput. Het Permanence du Village Depart (zeg maar de VIP-room) is volledig afgesloten. Slechts als invite of met een accreditatie kom je er binnen. ‘Fili’ verzekerde mij dat het ook voor mij geen probleem zou zijn. Ik kom ver. Een agent verzet even een hekwerk, maar ik word uiteindelijk tegengehouden bij de ingang. Een onmogelijke zaak. Het mag de pret niet drukken. Het wordt steeds drukker. Een doedelzakspeler zorgt voor sfeer. De caravane publicite komt weer voorbij. Maar gooien niet met cadeautjes. Wel spuiten ze het publiek er weer onder en de brandweer gooit er nog een schepje bovenop. Niets is te dol. Dan volgt de officiële inschrijving van alle renners. Wat een poppenkast. Het Bretonse publiek in extase, omdat Bernard Hinault ten tonele verschijnt. Het is nu een grote mensenzee. Letterlijk, want het water van de zee overspoelt af en toe de menigte. Terwijl Hinault de vertreklijn passeert (de beroemde Tourheld komt uit deze streek) maken de renners zich op voor de officieuze start. Joost Posthuma wordt herkend door enkele Nederlanders en krijgen een handtekening. Dan gaan de mobieltjes, fototoestellen, camera’s massaal de lucht in. De Touretappe is begonnen. Op naar de Barrage, voor de echte start. Die om 13.00 uur weer open is voor het verkeer. Wanneer ik daar precies op dat tijdstip arriveer kan ik er nog niet over en word omgeleid naar….Saint Joan. Bij de tweede poging staat het licht op groen. De Tour is nog niet voorbij, maar dat is het wel voor Saint-Malo en de vele Bretonse wielerliefhebbers.

2008

Van de Franse hel in de Belgische hemel

 

 

SAINT LUNAIRE/GENT/PEIZE-  Voor de zesde keer op vakantie in Bretagne. Na een voorspoedige heenreis gaat het altijd mis op de terugreis. En hebben we onze eigen ‘zwarte zaterdag’

 

De zwartste dag in de geschiedenis. Het begint nog goed. We hoeven niet te wachten bij de brug, de Barrage de la Rance. Maar we zijn nog geen half uur weg of …KLAPBAND. Geluk bij een ongeluk is dat er nog weinig verkeer is op dit tijdstip (8.45 uur) en de snelheid laag is. Het idiote is dat we met twintig jaar oude caravanbanden geen problemen hadden en met de relatief nieuwe wel. Meteen naar de SOS-praatpaal. Daarvoor is kennis van de Franse taal een must. De depannage (reddingswerker) uit de buurt van Dol de Bretagne is in een half uur ter plaatse; uitgerust met enorme zwaailichten. Dit terwijl de ANWB niet thuis geeft; ze hebben dan ook de drukste dag ooit (twaalfduizend telefoontjes!). Na een uur oponthoud (met de kapotte band mee) en slechts lichte materiele schade (aan het spatbord) verder. Bij de Pont de Normandie gaat het echter weer mis. Doordat er aan de weg gewerkt wordt zien we de afslag naar de brug over het hoofd. Dan maar via Rouaan. Dit grote verdriet van dochtertje die zelfs na vijftig kilometer nog vraagt of we niet terugkunnen voor haar zo geliefde brug. Keren is echter onmogelijk in dit ontiegelijk grote land. Dat blijkt later in Rouen, waar we slechte herinneringen aan hebben. Tijdens onze eerste Bretagnereis moesten we ook dwars door de stad (stoplicht aan stoplicht) en ging de caravan bijna op zijn kop vanwege een verwarrende afslag naar een benzinepomp. Maar eerst genieten we nog. Erg weinig verkeer en minder tolpoorten op deze route. Er worden zelfs meerdere poorten opengezet en een mannetje staat zelfs klaar om het kaartje af te geven. Alleen de andere kant op is het heel druk. Tot Rouen opdoemt. Was het niet de stad die in het teken stond van de Armada, het zeilevenement waar miljoenen mensen werden verwacht? Ja. Gelukkig is dit al geweest. Wel moeten we weer dwars door de stad. En de klap wordt opnieuw groot wanneer ik, eigenwijs, de wijze raad van mijn vriendin niet opvolg en vervolgens de afslag Amiens (was ervan overtuigd dat het groene bord van Amiens niet de goede was, omdat het geen snelweg is) negeer. Dit komt mij heel duur te staan. In ieder geval vinden we Amiens nooit meer. Stoplichten, steeds dezelfde wijken (Grand en Petit Couronne), enz. We draaien twee keer dezelfde ronde Rouen.Pas bij de derde poging vinden de weg terug. De oplossing: volg toutes directions, negeer Paris en dan kom je vanzelf Amiens weer tegen, vreemd genoeg nu met blauwe logo van de snelweg erbij). Maar we zijn nog lang niet thuis. Omdat het omrijden twee uur heeft geduurd en door de kapotte band zijn we laat. Gelukkig blijft het rustig op de weg op zwarte zaterdag. Nadat onze campingvrienden uit Heerenveen ons om 18.00 uur inhalen (zij zijn om 12.00 uur vertrokken) bij Peronne zoeken we een overnachtingsadres. Peronne kennen we en ook Poix de Picardie en Feuilleres hebben we eerder overnacht. Deze campings komen tevens voor in ons zwarte campingsboek. En het is nog vroeg. Doorrijden dus. Hadden we dat maar niet gedaan. Bij Arras is de afslag Bianche St Vaast. Deze onbeduidende vlek herinneren we van vorig jaar. Hier hebben we vorig jaar overnacht; in het pittoreske Boiry Notre Dame . Maar deze vinden we niet terug! Verdwenen in het korenveld. Volgende poging is bij Beugny. Prachtige grote plaats met alle voorzieningen, maar geen camping. Ook het toepasselijke dorpje Champing nog wat (ondanks de naam is er geen camping). Er blijkt hier niks te zijn, in de buurt van Lille. De enige mogelijkheid lijkt Tournai (ook voorkomend in ons campingboek), maar dit is twintig kilometer omrijden. Bovendien werden wij toen op een plaats neergzet, waar onze caravan niet kon draaien. En we een meterkast geramd hebben. Nee dus. Onze Heerenveen-vrienden, die ook al pechvol waren, maar dan op de heenreis, en er liefs drie dagen over de reis gedaan hebben (wiel van de aanhangwagen en vrachtwagenblokkades), hebben overnacht in een hotel bij Gent. En waar zijn we? Juist, bij Gandt. Tegen negen uur zien we een bord: ‘Nazareth, met bed’. “Oh, voor het bed moet u aan de overkant van de snelweg zijn”, meldt de restaurantbaas. Er wordt meteen gebeld naar de overkant of er nog plaats is. Ja hoor, een rookvrije kamer voor drie personen. Maar de droom wordt bijna weer een nachtmerrie. De man tovert ons een ‘pannetje’, waarop de reisbeschrijving staat. Maar ons geheugen van de zware reis vergt zijn tol. Ondanks de goede tekst en uitleg onthouden we niet hoe het zat: eerste afslag snelweg, over de brug en dan links of rechts. En bij Zwevegem? De paniek breekt uit. Niemand die ooit van het megahotel Van der Valk heeft gehoord! Na eerst rechts terug naar de linkerhelft van de snelweg, terug richting Kortrijk. Ja! De hemel op aarde: hotel Nazareth! (over gelovig gesproken). Er blijkt nog net een kamer over. Want we zitten midden in de ‘Gentse Feesten’. Ook dat nog. We baden echter letterlijk in weelde. Wat een luxe. Al blijft het rampscenario ons ’s nachts achtervolgen (caravanonbeheerd op een bevolkte parkeerplaats en de kans op weer een klapband, zonder reserveband. Tot overmaat van ramp kraait de haan (?!) de volgende morgen wel heel vroeg. Desondanks is het ontbijt geweldig. Alles verloopt verder op rolletjes (ondanks de erbarmelijke wegen en vele andere klapbanden).

Over de grens is de lach terug, wanneer een Belg de weg vraagt naar de Afsluitdijk. Hij gaat op vakantie naar Leeuwarden en wil in weer en wind met de caravan de Afsluitdijk over. Bij de traditionele Orchideeënhoeve weten we dat we in Nederland zijn: vanwege het slechte weer zit half Nederland hier. We vluchten weg, naar huis…

 

Juli 2008

 

 

Een stukje paradijs aan Het Kanaal   

 

 

 

 

SAINT LUNAIRE- 2003 was voor ons een "historisch" vakantiejaar: voor het eerst met de caravan, in het volslagen "lege boek" Bretagne

.

Bretagne, Frankrijk, duizend kilometer weg. Via België, een land apart. Waar hebben ze anders een "Sinterklaasshow" in hartje zomer?! Na een dag rijden overnachten we in Poix de Picardie. Het regent hier langdurig. De volgende ochtend snel de caravan aangekoppeld, op weg naar de ….zon? Normandie. We zien een "achtbaan" in de verte. Deze komt dichtbij. Nee, er is geen weg terug. Het blijkt de "Pont de Normandie", een hoge brug over de Seine.  "Dol de Bretagne" kondigen borden aan. "Dol van" of "dol op" Bretagne? We houden het op het laatste. Bretagne is fantastisch. Uiteindelijk belandden we in de badplaats Saint-Lunaire, nabij Dinard. Op camping Longchamps. Met de "Franse slag"? Nee, aan de Franse slag. Een jongen zet razendsnel onze caravan op zijn plaats en sluit tegelijkertijd de stroom aan. De camping is sober maar netjes. Met één nadeel: geen lantaarnpaal. Handig als je ’ s nachts naar de wc moet. Er staan voornamelijk Fransen en Nederlanders. Een echtpaar uit Noord-Holland is gevlucht van een andere camping ("wegwezuh, er zijn hier allemaal Fransozuh!!!"). Wat doe je dan in Frankrijk? Het strand is een paradijs. Even voor de duidelijkheid: we zijn hier aan Het Kanaal. Het water (slechts 18 graden) is kraakhelder en groengekleurd. De kuststrook heet hier dan ook Côte d’Emeraude (groene Smaragdkust). Het strand is omringd door rotsen. Het verschil tussenn eb en vloed is gigantisch. De plantengroei is subtropisch. Dat komt door de warme golfstroom aan de kust. Saint Lunaire is geen schreeuwerige badplaats. Nee, slechts een eettentje en de Franse zeilschool. Op het strand geen radio’s of topless-vrouwen. Een Duits paar trekt vlak voor ons alle kleren uit! De plaatselijke Baywatch spreekt hen toe en….we hebben ze nooit meer gezien. Wel een doedelzakpeler. Ja, de Britse invloeden zijn merkbaar. De bevolking is vriendelijk. De omgeving is prachtig. Schitterende baaien en leuke plaatsen. Zoals de ommuurde ("intra muros") vesting Saint Malo. De weg er heen is eveneens een hindernis, genaamd "Barrage de la Rance". Het lijkt wel een paardenkoers. In werkelijkheid is het een brug met een getijdencentrale. Een van de grootste attracties van Frankrijk is de Mont Saint Michel. Daar moet je geweest zijn. Indrukwekkend. Een in zee uitstekende rotspartij, een dorp op zich (inclusief abdij). Toegang heb je alleen bij eb.

De Franse keuken is beroemd. Cassoulet is een typisch Frans gerecht. Taboulé ook. Dus, hup de pan in en bakken maar. Niet te eten, dat spul. Logisch, het blijkt salade te zijn…. Ja, je maakt wat mee. Olie op het strand bijvoorbeeld. Dit blijkt afkomstig van de gezonken tanker Prestige. Het halve dorp helpt mee met ruimen. En wij mogen alleen toekijken. Onze peuter heeft ook veel bekijks, ze loopt hier op klompen. Nou, dat kennen ze hier niet. De laatste avond worden we uitgeluid met een oorverdovend vuurwerk en een drumband die niet van ophouden weet.

De terugreis gaat voortvarend. En dat op 14 juli, de Nationale Feestdag. Heet? Wat heet! Bij Amiens is het 38,5 graden! Het vinden van een overnachting in Noord-Frankrijk blijkt een onmogelijke opgave. Iemand van een plaatselijk restaurant heeft de oplossing. Een camping in Le Quesnoy. Komen we daar, midden in een motorcrosswedstrijd! Och, de campingbaas weet nog wel een camping, in een andere plaats. Wij volgen echter blind een bordje camping. En deze komt uit…op dezelfde "t.t.-camping"!!!!! We hebben getwijfeld over België maar daar hebben we wel succes. In Binche, de carnavalsstad. De camping is geen feest, deze ligt verstopt achter een hoop vuilnis. Ach, het is maar voor een nachtje. Broodjes voor het ontbijt? Nee, laat maar. De volgende morgen is het niet ver meer naar Nederland. Eenmaal de grens gepasseerd en het wemelt van de campings. We zijn terug in de bewoonde wereld…

                                                  

2003.