Bulgarije

 

 

 

In de geest van het communisme

 

 

 

 

 

ALBENA - Op vakantie naar Bulgarije. Bulgarije? Wie gaat daar nou naar toe? Bulgarije, een armoedig communistisch land achter het "IJzeren Gordijn"? Ja en Nee. De sporen van het verleden zijn nog niet uitgewist. Maar verder? Toeristisch staat het land wel op de kaart maar (nog) niet bij Nederlanders. Het zijn voornamelijk Duitsers en Russen die dit land bezoeken. Ach, het is weer eens iets anders dan de Spaanse Costa.

En toch lijkt het erop. De Middellandse Zee heet hier de Zwarte Zee maar het klimaat is gelijk, zonnig. Nou ja…Niet als wij arriveren…. zeventien graden, veel wind en het heeft geregend. De start is sowieso niet veelbelovend. De weg van het vliegveld van Varna naar het hotel is superslecht en in het pikkedonker  is het zoeken naar de beste weggedeelten. Hotel Schabla, gelegen in een afgesloten soort vakantiedorp, genaamd Albena, is ook al niet om over naar huis te schrijven. De sleutel past niet. Slapen op harde, stoffige bedden, die vier meter van elkaar liggen. Een prullenbak ontbreekt. Scheren moet vanaf de grond. Het ontbijt, dat genuttigd wordt in het restaurant verderop, is verrassend veel: broodjes, spaghetti, vis, yoghurt, fruit, cornflakes, macaroni, noodles en limonade in de meest vreemde kleuren. Het hotel ligt verstopt in de bossen. We verdwalen dan ook meteen. Op een terras merken we dat het leven voor ons niet duur is. Een halve liter bier kost slechts 0,45 cent. De Zwarte Zee blijkt niet zwart. Meer een "koud gat" want het water is fris (18 graden). Albena is net de omgekeerde wereld. Hier hangt een IJzeren Gordijn voor de Bulgaren zelf; ze komen er niet in. Eigenaardige gewoonten: als ze ja zeggen bedoelen ze nee. En ze houden hier van trappen. Van hoog in de heuvels tot aan het strand. Het weer knapt op, strandweer zelfs. We snappen nu de harde bedden, daarvoor heb je hier allerlei massagemogelijkheden, ook op het strand. Later komen we erachter dat we op strozakken liggen! Er is hier veel vermaak (Mickey Mouse, slangen) op het strand maar niemand doet opdringerig. Ondanks dat ze hier jaren achter lopen kennen de Bulgaren wel merkkleding maar er is ook veel nep bij. De mensen zijn vriendelijk. Wel is alles is hier op Duits gericht ("bratwurst"). Een Nederlandse krant is wel te verkrijgen maar deze is een halve week oud. Naast enkele verdwaalde Belgen treffen we zowaar een stel Brabanders. En dus wordt het gezellig. In het hotel gaat het er minder gemoedelijk aan toe. Een vrouw heeft door een ruzie een bloedend hoofd. Niet een dokter maar een complete ambulance en politie zijn snel ter plekke. Het is hier buiten het hotel sowieso niet pluis. Excursies voeren je of helemaal naar Sofia of naar Istanboel en Caïro in Egypte (?!). Nee, veiliger is om rond het toeristenplaatsje te wandelen. Toch gaan we nog een stukje verder. Waar de bewoonde wereld zo langzamerhand minder wordt.

  

Met de Brabanders (met zijn vieren is hier toch veiliger) huren we een busje en gaan naar Dobrich, in het binnenland. De Brabanders logeren in Hotel Maastricht (!). Onderweg passeren we ezelkarren en paarden wagens. Dit is het echte Bulgarije, een van de armste landen van het voormalige Oostblok. Het is een landbouwgebied, met her en der ezels, schapen, koeien, geiten, ganzen, eenden in de berm, op straat en voor de huizen. En dan doemt de grote stad Dobrich op. Het contrast is groot. Lelijke flats, grote gebouwen en chique winkels in het ene deel, armoede in de zijstraten. Het communisme is nog te zien aan de controletorens bij de kruispunten. En torenhoge standbeelden van helden uit het verleden. Ronduit gevaarlijk wordt het als we het oude gedeelte ingaan. We zien een vrouw die een vuurtje stookt voor het eten. Griezelig armoedige huisjes en een hele straat die afkeurend naar ons kijkt. We worden gewaarschuwd om niet verder te gaan. Na het eten (kipfilet en heerlijke vis) bezoeken we het Etnografisch Museum. Dit blijkt een tegenvaller; er is slechts een huisje uit de 18e/19e eeuw. Dobrich heeft verder een stadspark en een markt. We willen terug naar het busstation waar de minibusjes staan. Maar dat valt niet mee want de mensen spreken hier geen andere taal dan hun eigen en de opschriften zijn volkomen onleesbaar in het cyrillisch. Nu zijn wij even het binnenland in geweest, een oud-dorpsgenoot van ons (en dat tussen slechts vijftig Nederlanders die hier vakantie vieren!) is de hele dag op pad geweest in een taxi onder het motto: "rij maar ergens heen". Verder zijn we naar het noordelijker gelegen Balcik geweest.

    

In een krakkemikkige bus over een redelijke weg die ineens ophoudt. Weggevaagd door een aardverschuiving. Bij Balcik is een fraaie botanische tuin, met een rozentuin, cactussen en watervallen. In een kerk krijgen we sloffen aan. Katholiek en Islam gaan hier samen. Ook in Balçik is het klimmen geblazen. Terug in Albena moeten sommige passagiers eruit springen want de bus stopt niet. Een ander uitstapje is het Alazda-klooster, uitgehouwen in de bergen. Na onderhandelen mogen we mee met de minibus van Varna. De chauffeur zet ons af aan de rand van het bos. Verder met de benenwagen. En weer die trappen. Het klooster is klein. Op 270 meter hoogte, in de dichte bossen (een natuurpark) zien we een ander strandparadijs, "Goudstrand". Via enkele waterbronnen (het water kun je zo drinken, er heerst hier een gezond klimaat) van verschillende jaargangen dalen we af en komen we bij de weg. En oh toeval ..komen we onze buschauffeur weer tegen. We hebben een gesprek met de man. Deze woont in de buurt. Met zijn verdiende loon kan hij de (milde) winter doorkomen. Het is elke avond feest in Albena. Met muziek, show en dans. Dagelijks kun je met de "taxivideo" door het dorp. Langs de bezienswaardigheden, het strand en de zwaaiende mensen. Alsof je de koning bent. Dit wordt echter ruw verstoord door de plaag van het seizoen: kevers. Geen gewone maar "geträudelaufkevers" (volgens enkele Belgen "tijgerkevers"). Kevers over het hele lichaam. We nemen afscheid van de Belgen. Of we voor hen nog even een fotootje willen "trekken". Raar taaltje toch. Nou, dat valt in het niets bij het Bulgaars. Ze gebruiken wel erg vieze woorden. Hoe maakt u het is "Kakste?" en hut is "kut". Overigens praat het hotelpersoneel niet met je. De arme, magere, jongen die met ons wou praten kreeg de wind van voren van zijn baas. Leve het communisme! De vakantie wordt in stijl afgesloten, op het gezellige terras van hotel-restaurant Kompaz. Want daar heerst een open sfeer, mede dankzij het handjevol Nederlanders. De grenzen zijn open gemaakt, dat geldt voor de toeristen en niet voor de inwoners zelf.

 

c 1998