Interviews

Amerikaanse Melissa Oudshoorn-Fuller nu Nederlander:

 

“Ik snap niet dat je op zondag niets kunt kopen”

 

 

 

PEIZE - Melissa Oudshoorn-Fuller is sinds kort officieel Nederlandse. Na de feestelijke ‘naturalisatiedag’ voelt ze zich met haar gekregen paspoort ook echte Peizenaar. Daar doet haar Amerikaanse accent niets aan af.

 

‘Bent u bang voor honden?’, vraagt Melissa in uitstekend Nederlands. De Amerikaanse woont sinds 2001 in Drenthe. De eerste kennismaking met het dorp was ronduit komisch. “De mensen zeiden steeds ‘moi’ tegen mij. Ik dacht dat ze mij ‘mooi’ vonden”. Inmiddels is ze volledig bekend met de Peizer cultuur. Dat was in het begin wel even anders. De uit Sun Valley (Idaho) afkomstige Melissa wist niets van Nederland. Toch ze geen typisch Amerikaanse. “Ik heb altijd veel gereisd en overal gewerkt (onder andere in Londen en Parijs)”. De eerste ontmoeting met een Nederlander was meteen raak. “Ik ontmoette mijn man (Christian) op cruiseschip ‘de Holland-Amerika-lijn’. Hij ging in Groningen studeren en kocht een huis in Peize’. Over de kennismaking met de Nederlandse cultuur: “Pas na een jaar wist ik wat ‘koffietijd’ inhield. Om tien uur en drie uur ’s middags kreeg ik maar geen contact met collega’s. Mijn eerste indruk van Nederland: ‘plat’. Omdat ik in Idaho alleen maar de bergen kende (‘Sun Valley was het eerste skigebied van Amerika’) moest ik daar echt aan wennen, en nu nog eigenlijk. Daarom vind ik de ‘heuvel’ bij Hoogkerk ook zo leuk. In Peize ben ik gelijk vrijwilligerswerk gaan doen. Ik heb er ontzettend veel geleerd over de cultuur en taal”.

‘Hoppendag’

Ze is blij met het dorp. “Ja, leuk, knus en gezellig. Maar totaal anders dan Amerika. Er zijn niet veel winkels. Vooral de kleine supermarkt valt mij op. In Amerika heb je ook in een dorp hele grote supermarkten. En die zijn 24 uur per dag open. Ik snap dan ook niet dat je op zondag niets kunt kopen. Al respecteer ik de zondagsrust wel. Mijn moeder, die af en toe overkomt uit Amerika, zei de laatste keer tegen mij: ‘weet jij dat tegenover de bieb een winkel is die alles heeft’? (bedoelt ongetwijfeld warenhuis Bos)”.  Toch, heeft Melissa nog steeds problemen om met mensen in contact te komen. Ik ben een keer op de Peizermarkt geweest, een leuke sfeer, maar minder als je niemand kent. (Ik heb één Peizer vriendin, Marijke Brandsma). Ik vond het wel leuk om naar de marktlui te luisteren en ook de smartlappen in de kroeg van Ensing vond ik best leuk. Nederlandse muziek, ironisch bedoeld. In Amerika heb je ook wel zulke feesten, maar altijd met een thema, zoals “Wagon-day’ (oude koetsen uit pionierstijd). Peize zou daar ‘Hoppendag’ zijn’”.

Melissa over de Naturalisatiedag: . “Ik vind het een ontzettend goed initiatief. Heel goed om zo in Nederland te beginnen. De meeste Nederlanders zijn trots op ‘Nederland Boven’ (bedoelt ‘Oranje’), maar bij patriottisme wordt iedereen verlegen. Het is helemaal niet erg om echt trots op Nederland te zijn. De Naturalisatiedag van de gemeente Noordenveld was een kleine bijeenkomst. Er waren drie andere buitenlandse vrouwen (uit Marokko, Peru, Zweden en Amerika). Er werd ons gevraagd wat wij ervan vinden om Nederlander te zijn en waarom. In plaats van hardop het volkslied te zingen kregen we een typisch cadeau uit Noordenveld: een rugzak met wandel- en fietsroute en snoep”.

“Veel vrije tijd heb ik niet (Melissa werkt vier dagen op de Hanzehogeschool in Groningen) maar dochtertje Madelein gaat naar de crèche (Kameleon), daar hoop ik nieuwe mensen te leren kennen.  Hanzehogeschool? Daar werken ook Peizenaren. “Oh ja”, dat weet ik en dan zeg ik: “Hé Peizenaar”! Met ongetwijfeld een ‘moi’…

 

 

 

Hans Coenen, financieel directeur Gasunie Deutschland:

 

“Balkenende riep om drie uur ’s nachts tegen mij: “Dat ben ik, op het Journaal!”

 

 

 

 

PEIZE/HANNOVER/MOSKOU – Peizenaar Hans Coenen heeft een hoge functie bij de Gasunie. Daardoor heeft hij belangrijke contacten in de wereld. Zo leerde hij onder meer de Russische president Poetin en minister president Balkenende kennen. Ondanks dat Coenen een ‘man van de wereld’ is probeert hij ook actief bezig te zijn in de dorpsgemeenschap. Eenmaal in Peize gekomen werd Hans Coenen meteen lid van Vereniging Volksvermaken en deed gewoon mee aan de klootschietcompetitie. Een portret van een druk bezet man.

 

 “Met drie kinderen, raadslid en veel onderweg voor mijn werk valt het niet mee alles te combineren”, weet Coenen. “Vandaar ook dat ik na zes jaar raadslid af ben. Als raadslid was je wel tien uur in de week kwijt. In mijn vorige functie bij de Gasunie was ik bovendien vaak ver van huis, zoals in Maleisië en Rusland. Met mijn huidige baan is de regelmaat terug. Hoewel ik in Duitsland werk kan ik ’s avonds gewoon de kinderen op bed stoppen en als ik terug ben ze naar school brengen. In principe ben ik van dinsdag tot donderdag in Hannover; vanaf vrijdag ben ik dan gewoon weer thuis”.

Hans Coenen ging in Wageningen naar de Landbouwuniversiteit, met als richting ‘cultuurtechniek’ (“mijn leraar noemde het altijd ‘rotzooien met bodemwater’”), waar hij zich bezig hield met de inrichting van het landelijk gebied. Sinds 1990 werkt Coenen bij Gasunie, waarvoor hij van de Betuwe verhuisde naar het hoge Noorden. “Noorderlingen worden altijd stug.gevonden, maar dat valt best mee. In het Zuiden word je getolereerd; in het Noorden geaccepteerd. Een noorderling zal niet gauw in het zuiden Prins Carnaval worden. Andersom zou dat wel kunnen”.

Terug naar de Gasunie. “Wist je dat er dat er 15000 kilometer gas onder de grond zit? Er loopt zelfs een gasleiding onder dit perceel. Ik ben bij Gasunie begonnen met een commerciële functie. Daarna werd het de financiële afdeling En sinds 1 juli ben ik financieel directeur van Gasunie Deutschland in Hannover, waar ik samenwerk met een Duitser. Het is onderdeel van Gasunie, maar wel apart. Het bevalt heel goed. Duitsers zijn prettige collega’s. Ze hebben nog steeds die beleefdheidsvorm. In Nederland noem je elkaar al snel bij de voornaam; ook die van de hoogste baas. In Duitsland ben ik ‘herr Coenen’ (spreek uit: Keunen). Nu moet je ophouden met die flauwekul heb ik gezegd, ik ben gewoon Hans. Ze zijn gewend pas ‘jij’ te zeggen als de hoogste in rangorde of oudste dat voorstelt. In Hannover ben ik verantwoordelijk voor de ‘integratie’ Gasunie Nederland en Duitsland. Er lopen allemaal gasleidingen in Europa. We zijn twee jaar bezig geweest met onderhandelen met de Russen over een verbinding tussen Rusland en Noord-Duitsland. Het doel is om Nederland als ‘gasrotonde’ van West-Europa te maken. Het is nodig omdat de gasbronnen opraken en we zekerheid willen voor onze toekomstige generatie. Daarom moeten we goed aangesloten zijn. De afdeling communicatie heeft het allemaal prachtig in beeld gezet, met de karakteristieke gebouwen van de landen: Kremlin, Martinitoren en Tower Bridge. We zijn puur een gasinfrastructuurbedrijf (handelen niet in gas). Uniek is dat we het enige gastransportbedrijf in Europa zijn dat grensoverschrijdend werkt”.

Coenen was erbij toen zijn baas het contract tekende met de Russische president Poetin en minister president Balkenende. En heeft ze leren kennen. “Poetin is heel intelligent. Hij was goed geïnformeerd over ons bedrijf. Poetin heeft veel voor elkaar gekregen in Rusland, zodat dit land weer speler is op het wereldtoneel. Bij zo’n onderhandeling wordt geprobeerd politiek en zaken gescheiden te houden. Het is nu eenmaal zo: wij zijn afhankelijk van het Russische aardgas en de Russen hebben de euro nodig. Politiek ligt heel dichtbij. Zo was de huidige president Medvedev voorzitter van de Raad van Bestuur van Gazprom. En dan Balkenende. Ook zo fel bekritiseerd. Nou, hij heeft mijn sympathie teruggewonnen”. En er volgt een anekdote. “Tijdens dezelfde contractbesprekingen zat ik in hetzelfde hotel als Balkenende. Bij het ontbijt (zo’n lopend buffet) stond Balkenende voor mij te wachten op een gebakken ei. Een van de Russen wist niet wat ie zag: “Wat is dit? Jullie minister-president wacht op zijn ei? Als Poetin hier zo zijn hadden ze eerst de hele zaal ontruimd”. Het verhaal gaat verder. “Vanwege  het ondertekende contract zat de stemming er goed in. Ik had de laptop aan, met het Nederlandse journaal erop. Het was drie uur ’s nachts. En daar stond Balkenende met een biertje in de hand. En riep uit: “Dat ben ik op het Journaal!!” Maar de volgende dag gewoon weer paraat met ‘zware besprekingen’ over het schenden van de mensenrechten in Rusland”.

“Ik werk heel veel; op papier staat dat ik 24 uur klaar moet staan. Morgenvroeg om half zes rijd ik naar Hannover. Nee, tijd voor hobby’s heb ik nauwelijks. Een beetje klussen aan de boerderij, tuinieren en lezen, daar houdt het wel mee op. En sport al helemaal niet. We wonen hier nu twee jaar (Coenen woonde daarvoor aan de Brinkweg, naast bakkerij Ons Belang). De verbouwing vordert. Straks doen we de voorkant. En als alles klaar is gaan we genieten”. Coenen heeft dan wel de gemeenteraad vaarwel gezegd; helemaal stilzitten kan hij ook niet. “Ik wil straks wel weer wat doen voor de gemeenschap”, besluit Coenen, die ‘lokale integratie’ ook belangrijk vindt.

Dit verhaal is tevens gepubliceerd in De Krant (oktober 2008)

 

 

Gerrie Mühren, scout van Ajax:

 

 

“Er is geen club in de wereld met zoveel eigen jeugd in de selectie”

 

 

VOLENDAM/AMSTERDAM/SEVILLA/LEEK – Gerrie Mühren bracht onlangs een bliksembezoek aan Leek, waar de voormalige ster van Ajax en Betis Sevilla, tijdens het befaamde Leekster Voetbalgala, nog altijd een balletje hoog houdt.

 

Gerrie Mühren (63!) kan het nog steeds. De technicus van weleer. In dit geval in de zaal. Even zijn indrukwekkende carriere doornemen (voor de jeugdigen die zich afvragen “wie is Gerrie Mühren?”. Mühren komt uit Volendam, het dorp van muzikanten en voetballers. Waaronder  zijn broer Arnold. Eerst was er de overstap naar Ajax, waar de Volendammer gouden tijden beleefde, zoals het veroveren van de Europacup in de jaren zeventig. Gerrie werd beroemd om zijn balletje hooghouden in het 'hol van de leeuw' (het kolkende stadion van het wereldberoemde Real Madrid). De prestaties bij Ajax leverde hem eveneens een plaats in bij het Nederlands Elftal, waar hij tot tien interlands kwam.  “Ajax had de naam, maar het leukste was toch de tijd bij Betis Sevilla in Spanje. Via Atilla Ladinsky, die ik kende van Ajax, kwam ik in het Zuidspaanse. Geweldige tijd: ‘speler van het jaar van Spanje’ en met de club in de top van de competitie”. Gerrie kreeg daar Sevilla op zijn hand met de uitspraak ‘el balon es rotondo’ (de bal is rond). Betis is verleden tijd. Het heden is weer Ajax. Mühren scout voor de Amsterdammers. Of de befaamde Ajax-talentenschool er niet meer is? Mühren spreekt dat tegen: “Momenteel zitten er zeven spelers uit eigen jeugd in de selectie. Ja, ook Belg, Thomas Vermaelen, die toch echt eigen kweek is. En wat dacht je van Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder, die nu bij Madrid spelen. Of er hier in het Noorden ook talent rondloopt? Dit is zaalvoetbal he". Al voor de 22e keer is hij te gast bij het Leekster Voetbalgala, het zaalvoetbaltoernooi voor veldteams. Mühren, is nog steeds onder de indruk: “Ik heb veel meegemaakt, maar ken geen enkel zaaltoernooi als dit. Zoveel publiek en teams die je elk jaar weer tegenkomt. Waar ik me ook over verbaas is er omheen zoveel verandert, zoals nu met die nieuwe Topsporthal".

In de VIP-room dolt Gerrie met ‘collega-balvirtuoos’ Edwin Grunholz. Na de wedstrijd is Gerrie net zo snel vertrokken als hij gekomen is. Nog altijd snel dus.

Hoe is het mogelijk?..Het eredivisie-weekend stond toevallig in het teken van een balletje hooghouden van Suarez van Ajax tegen NEC. ’s Avonds komt Studio Sport hierop terug. Naast identieke balletjes hooghouden van Witschge en andere balkunstenaars kan die ene persoon niet ontbreken: Gerrie Mühren in Bernabeu. Het legendarische moment. Alsof Gerrie het vandaag zelf geprogrammeerd heeft…

 

januari 2009

       

 

 

 

Gerard Kemkers:

  

“Normen en waarden zijn belangrijker dan prijzen winnen”

  Gerard Kemkers is een gedreven topsporter, zowel vroeger als schaatser als nu als trainer. Maar Gerard is bovenal een gevoelsmens. “Plezier moet voorop staan”. Toch vindt Kemkers sport “minstens zo belangrijk als de geestelijke gesteldheid”. De kersverse vader (van een dochtertje) is bijna nooit thuis. En dat weerhoudt hem ervan lang door te gaan in het trainersvak.  

“De geboorte van de baby was iets fantastisch. Van tevoren had ik mijn bedenkingen over het vaderschap. Nou, ik blijk toch meer vaderinstinct te hebben dan gedacht. Onze dochter hoeft voor mij echt geen schaatsster te worden. Ieder mens heeft bepaalde talenten. Maar het belangrijkste is wat je zelf leuk vind. Je moet een kind niet een bepaalde richting op duwen. Dan heb je het risico dat het gaat mislukken. Zelf heb ik lang moeten dubben tussen voetballen en schaatsen. Ik heb met moeite afstand genomen van het voetballen.”

Het schaatsen is er bij mij niet met de paplepel ingegoten; kom niet uit een echte schaatsfamilie. We konden allemaal wel goed schaatsen, op recreatief gebied. Op mijn negende ben ik begonnen met schaatsen; eerst nog in combinatie met het voetballen. Pas later  (op 16-jarige leeftijd) kwam de topsport er een beetje bij . Ik kwam in de “gewestelijke” ploeg, Jong Oranje en de kernploeg. De school hing er maar wat bij (Voortgezet Wetenschappelijk Onderwijs). Na mijn actieve schaatscarrière heb ik een studie Lichamelijke Opvoeding gevolgd in Amsterdam. Daarna kreeg ik een contract in Amerika aangeboden als schaatscoach. Voor een jaar. Maar dat werden er vier. Na de Olympische Spelen van Nagano (1988) ben ik teruggegaan naar Nederland waar ik het VWO. alsnog heb afgerond. In ons land werd ik directeur Topsport Groningen. Een prima plan maar dit mislukte. Ik had niet de echte ambitie om als trainer te beginnen maar toen de KNSB. mij vroeg (ik was er wel steeds bij betrokken) ben ik het toch gaan doen. En heb in drie jaar mooie successen beleefd. En tegenwoordig coach ik de commerciële TVM.-ploeg.  Daarmee hebben we bij de Olympische Spelen van Salt Lake fantastische prestaties geleverd.”

successen

Gerard heeft als schaatser heel veel successen behaald. Een kleine greep: derde plaats EK 1988, tweede plaats WK en EK allround 1989, brons 5000 meter Olympische Spelen 1988, een wereldrecord (1991), Wereldbeker ‘lange afstanden’ en diverse nationale titels.  “Mijn mooiste moment was het eerste grote seniorentoernooi, de WK 1986 in Inzell. Dat was mijn doorbraak. Je leefde in een roes. Heel apart. Datzelfde had ik bij de Olympische Spelen 1988 in Calgary. De hele entourage: de voorbereiding en het ontvangen van medailles, geweldig. Mijn verzwakte rechtervoet ontnam mij later het plezier in het schaatsen. Op mijn 23e ben ik gestopt. En daarmee ook mijn actieve fanclub. Dat is bewust gedaan. De fanclub was niet alleen bedoeld om mij op de tribune aan te moedigen. Ook steunden ze mij als ik bijvoorbeeld iets nodig had. Zij vulden als het ware de gaatjes.”

“Bij toeval belandde ik in het trainersvak. Ik heb het niet zelf gevraagd. Maar omdat ik wel schaatsers hielp hebben anderen mij als trainer naar voren gebracht. De ervaring als coach in Amerika vond ik aanvankelijk toch wel leuk. En het enthousiasme steeg en ben er in verder gegaan. Het schaatsen in Amerika verschilt nogal met Nederland. Baseball in Amerika heeft dezelfde uitstraling als schaatsen in Nederland; waanzinnig populair. Schaatsen trekt alleen in Nederland veel publiek en het is er gezellig. Daarom komt de hele internationale schaatswereld graag naar ons land. Maar ook doordat de buitenlandse schaatsers hier meer waardering krijgen dan in hun eigen land. Amerika was een hele goede ervaring, uit de ooghoek van Amerika als “dwerg” op schaatsgebied. Nederland is de laatste jaren het grootste schaatsland. In ons land beginnen nog steeds veel kinderen met schaatsen. Vroeger had je het sterke Rusland. Door het strakke communisme. Maar na de val van de Sovjet-Unie is ook de hele sportstructuur in duigen gevallen. Met als gevolg onder meer minder ijsbanen. De oorzaak van het wegvallen van Noorwegen uit de schaatstop ligt minder voor de hand. De aanvoer van talenten is gewoon beperkt. Maar je moet niet vergeten dat niet schaatsen maar Biatlon de grootste sport van dit Scandinavische land is.”

gelijke niveau

“Ik ben een zeer gedreven trainer. Dat probeer ik uit te stralen naar de sporters. Maar ben niet autoritair. Ik probeer op gelijke niveau van de schaatsers te staan. Verder kijk ik meer naar het gevoel dan naar het lichaam. Dialoog in plaats van monoloog.  Naast hard trainen vind ik rust ook belangrijk. Het succes van Salt Lake City is van tevoren gelegd. We waren goed voorbereid op het snelle ijs van Salt Lake. De hele sportieve beleving als team in Amerika was een hoogtepunt in mijn trainerscarrière. We hebben een zomer en een wintertraining. De eerste periode trainen we zes tot acht keer per week. De oefeningen bestaan uit lopen, fietsen, krachttraining en “imitatievormen” (van schaatsen). Later voer ik het aantal trainingen op. In de winter is er de overgang naar de wedstrijden. Dan trainen we minder vaak want de schaatsers moeten goed uitgerust zijn. De schaatstijden zullen steeds sneller gaan; er kan nog altijd progressie geboekt worden. Door nog gedoseerder te gaan trainen. Er zit nog steeds rek in het verbeteren van het schaatsen.  Het is uniek maar de ontwikkeling van ijs, de hal en het materiaal (het schaatspak en de schaatsen) is nog altijd voor verbetering vatbaar.”

“Medailles of voor de lol sporten. Sport is in het algemeen heel belangrijk. Je kunt wel goede hersenen hebben; zonder soepele spieren kom je niet vooruit. Ieder mens beweegt, ook als je een pen vasthoudt. Als je ergens naar toe wilt moet je ook geschoold zijn. Daarom vind ik ook dat gymnastiek op een school thuis hoort. Sterker: als ik geen schaatser was geworden zou ik gymleraar zijn geworden. En die ambitie heb ik eigenlijk nog. Prestaties zijn daarbij niet doorslaggevend. Naast het fysieke moet je ook weerbaar zijn op het sociale vlak. Normen en waarden, dat vind ik belangrijker dan prijzen winnen.” 

“We hebben we in onze huidige woonplaats Peize ook onze sociale contacten opgebouwd. Als Eeldenaar kende ik het dorp niet zo goed. Maar ik moet zeggen: perfect. We hebben het hier goed naar onze zin. Mijn vriendin komt uit Noord-Italie en daar heerst dezelfde cultuur. Wij zijn dorpsmensen. En Peize heeft nog een karakteristiek dorpsgezicht met een molen en een fraai centrum. Overigens vind ik de hele kop van Drenthe mooi. We zochten een woning in deze omgeving; toevallig is het Peize geworden.”

Ondanks dat ik “dichtbij” mooi vind, reizen is ook mijn hobby. Ik wil graag de wereld ontdekken. Maar ik heb nog zoveel hobby’s. Ik heb een Fiat die er al jaren staat. Die moet nodig grondig schoon. En een motor, een Harley Davidson. Vanavond moet ik naar Drachten;  als het goed weer is dan ga ik met de motor”.

“Ik heb veel interesse in motorrijden. Maar dat is voor later. Op het ogenblik is echter mijn grootste hobby mijn gezin, en dat is een fantastisch mooie stap”…. 

 

2002 dit interview is gepubliceerd in De Hopbel