Amateurvoetbal

 

Het amateurvoetbal is nog puur. Supporters door elkaar, een gezellige sfeer en vooral clubliefde. En dat geeft kleur in de grijze massa van het (betaalde)voetbal, waarin alles gelijk moet zijn en commercie de toon aangeeft. In het amateurvoetbal geen 'mixed zones' voor de pers. Hieronder volgen verhalen over die clubs, waar bij sommige clubs de tijd nog stilstaat. Voetbal op zijn mooist.

 

 

 

VV Gruno

 

Spraakmakende club in Vinkhuizen

 

GRONINGEN - VV Gruno is voor een dorpeling een typisch stadse club. Een wat kille omgeving, grote monden, maar een klein hartje. Het is er in ieder geval niet saai.

Voor het eerst als reporter naar Gruno. De club, negentig jaar geleden opgericht door enkele jongens uit de wijk Kostverloren,  zetelt aan de Zilverlaan, in Vinkhuizen.  "Wilt u een programma kopen? Er staat de opstelling van Groningen in, oh nee Gruno", stamelt een bijdehand meisje bij de ingang. "We hebben hele mooie prijzen voor de verloting, zoals anti-vries". Dan het complex. Complexen. Lycurgus, Groninger Boys en jawel ook een gebouw van Gruno. Vrijwel aan elkaar gebouwd. Het veld van Groninger Boys ligt zelfs pal aan dat van Gruno. Kunstgras wel te verstaan, want voor minder doen we het niet. Doordat het zo dichtbij ligt zie je sommige toeschouwers met de rug naar het veld van Gruno, de Groninger Boys-supporters en die van de wit-zwart-groenen (Gruno) met de neus de andere kant op. Toevallig spelen beide clubs vandaag.Op naar de bestuurskamer, waar niemand zit. Voorzitter Azing Koning staat buiten, in het zonnetje. Opstellingen? Daarvoor gaan we naar het ballenhok en naar de scheidsrechter voor het wedstrijdformulier. Zo te zien komen hier normaal geen verslaggevers.  Dan naar de wedstrijd: Gruno-Leek Rodenburg. Beiden begonnen de competitie met vier punten in mindering, vanwege het staken in het eerste duel vanwege wanordelijkheden. Vandaag blijft het rustig. Hoewel, coach Peter Slijfer heeft een reputatie, als schreeuwlelijk. "We zitten niet in een speeltuin!", buldert de trainer over het hele complex. Een paar spelers in het veld kunnen er ook wat van. De scheidsrechter is de gebeten hond. Na de wedstrijd krijg je na een kille ontvangst toch nog een waardig afscheid: een jubileumblad en een clubpen van VV Gruno. Om meteen op de eerste bladzijde te lezen dat er in 90 jaar heel veel leuke dingen zijn gebeurd en minder leuke. Was getekend: VV Gruno. 2011

 

FC LEO

 

 

“D’r ligt nog ’n balle in de kantine”

 

 

LEENS – ‘Football Club Leens En Omstreken’, kortweg LEO genoemd, is een echte Groninger plattelandsclub. De voertaal is Grunnings en de gemoedelijkheid straalt eraf.

 

Maar FC LEO- niet te verwarren met LEO zonder FC uit Loon- is niet gemakkelijk te vinden, in het echte hoge Noorden. Weggestopt in het fraaie dorp, richting Borg Verhildersum en Insektenwereld. Maar dat moet je wel weten. Bij de ingang van het dorp stuit je eerst op een zwembad en sporthal. Vervolgens kom je in het centrum. Maar dan? Vragen dus. Maar eenmaal in de oude woonwijk is het nog zoeken. Nergens een bordje. De naam van de straat waaraan het sportpark ligt biedt uiteindelijk resultaat. FC LEO Leens staat op de mooie boog bij de ingang. Buiten zitten enkele doorgewinterde mannen op het terras. Oranje en zwart zijn de clubkleuren, dat is wel duidelijk. In de bestuurskamer is het opvallend druk, met liefst drie verschillende journalisten. Toevallig is het programmablad voor het eerst in kleur. De derby tegen VVSV’09 staat op het programma. De nieuwe fusieclub uit het nabijgelegen Zoutkamp en Ulrum. “De scherpe kantjes zijn er wel vanaf”, meldt de gastheer, doelend op de burenruzie. Want: vroeger-toen VVSV’09 nog bestond uit de clubs Zeester en UVV’70 en FC LEO  werden bijvoorbeeld de doelpalen in Ulrum oranje gekleurd. Of het gras wel erg kort gemaaid. Anno 2010. Gezien de stand in de Vierde Klasse- FC LEO bovenin, VVSV’09 onderin -lijkt een gelijke strijd geen sprake. “Maar de derby is altijd anders”, weten FC LEO-aanhangers. En zo geschiedt. Het gaat er ouderwets aan toe, op het door bijna tweehonderd toeschouwers bezochte derby. . Vliegende tackles, hots-bots, echt derbyvoetbal. De bal vliegt alle kanten op. “D’r ligt nog wel aine in de kantine”, roept de goedgemutste trainer van der Ploeg als er weer een bal de bosjes invliegt, en bedoelt daarbij een gehaktbal. Voetbalhumor. De LEO-trainer is overal mee bezig, behalve de wedstrijd. In de LEO (pardon FC LEO-formatie) ook ene Jonghaur Chia. Of op zijn Grunnings Jonghouwer. Ja, het is de plaatselijke Chinees. Dat is andere koek dan enkele zwaargewichten bij de tegenstander, die zo uit een cafe lijken te zijn weggelopen. FC LEO biedt toch wat meer. Al blijft het een wedstrijd op zich. ‘Laains’ weet zich geen raad met de vele kansen. ‘Vol Vertrouwen Samen Verder’ trekt een blauw-zwarte muur op, die pas in blessuretijd instort. Jeroen Hovius breekt de boel af en maakt –al twee keer gescoord- ook nog de winnende. Waarna het feest losbarst. Scherpe kantjes eraf? VVSV’09 beëindigt de strijd met negen man. Eentje heeft de schouder uit zijn kom en een andere spelers gaf een doodschop, waar maar een straf op staat. Het blijft nog lang onrustig in Leens…   en omstreken.  

Okt.2010

 

 

OKVC

 

 

Baken van rust in Middag-Humsterland

 

 

OKVC is een typische dorpsclub: gemoedelijk. De club van Oldehove en Kommerzijl speelt al jaren in de Vierde Klasse, met af en toen een ‘misstap’ (Vijfde Klasse) en heel soms een sprong omhoog (Derde Klasse).

 

De slingerweg in het ‘Middag-Humsterland’ is een verademing. Langs grote boerderijen en bijhorende landerijen; vergezichten. Vergeet niet links af te slaan, naar de Boventilsterweg, toegangspoort naar Oldehove en zijn voetbalclub. In de verte doemen de twee karakteristieke molens op. Daarvoor ligt het sportpark, met sporthal. Hier bevindt zich ook de bestuurskamer, tegenover de kantine. Het is er altijd gemoedelijk. “As je de lepel er recht op in hebben is het te stark”, werd wel eens gezegd. Maar dat is lang geleden; de koffie is goed. Van kaartverkoop hebben ze hier nog nooit gehoord, wel lootjes voor de verloting. Een programmablad is er ook. Uiteraard in zwart-wit, de kleuren van OKVC.

OKVC werd opgericht in 1921 onder de naam OVC (Oldehoofster Voetbal Club). De club ontstond naar aanleiding van de kermis. Om meer publiek te trekken waren er demonstratie wedstrijden met clubs uit de buurt en de stadse clubs Forward en Velocitas. Twee Oldehovers speelden bij Forward. Meer dorpelingen raakten enthousiast, waarna OVC een feit was. OVC werd later veranderd in ‘Oldehove’, ook na fusie met Leonidas uit Electra. Aanvankelijk werd op zondag gespeeld. Een bijzondere nevenactiviteit was een fietstocht (!) naar de kampioenswedstrijd Heerenveen-ADO. Door gebrek aan spelers (het christelijke deel maakte bezwaar tegen spelen op zondag) werd het een zaterdagclub. In 1957 werd gefuseerd met de voetbalclub uit Kommerzijl dat leidde tot de huidige naam Oldehove Kommerzijl Voetbal Club, kortweg OKVC. De zwart-witte trots was en is een kleine club, met ooit een record van zes senioren teams. Het vlaggenschip bereikte ooit de derde klasse, het hoogst behaalde in de clubhistorie. De laatste jaren komt OKVC uit in de Vierde Klasse. Promotie leek dit seizoen een haalbare kaart, maar inmiddels kan deze droom weggenomen worden. Mentaliteit (!) en smalle selectie zijn de oorzaken voor een verval. Maar niemand die echt in paniek raakt.

OKVC. Veld 2 ligt mooi beschut, terwijl de hoofdmacht aan moet treden midden in het land, met in de verte, achter het doel, de bebouwing. Het scorebord geeft alleen de stand aan, geen tijd. Gezelligheid kent hier geen tijd. Rond het veld staan de vaste supporters, de mooi-weer-aanhang kijkt toe vanuit de kantine. ‘Ol Hoof’ is de club van Klaas Hovinga, secretaris Kracht (rust is zijn kracht), huidige trainer Peter Klamer en Ludema, Jasper, een talent, maar te licht bevonden door grote clubs. Ludema, gezegend met een fabelachtige traptechniek, wordt ook wel Pinkeltje genoemd. En dan zijn er nog Johan Niemeijer en Erwin Smit, die terug zijn gekeerd na een uitstapje bij VIBOA. Tekenend voor de rust die de club uitstraalt was te zien bij het duel tegen de multiculturele samenleving van Mamio. De ‘lappendeken’-ploeg provoceerde en schopte op alles wat OKVC heette, maar de zwart-witten gingen daar niet op in en lieten hun voeten spreken. Typisch OKVC. Ook al is het dit seizoen wat onrustiger en de spelers niet erg gemotiveerd (toch weer stadse invloeden?) meer zijn. Dat is niet des OKVC’s. In de oorlogstijd was OKVC ook afgezakt tot het fundament. Maar een vroeger clublid omschreef het treffend: “dat fundament is gebouwd op een ‘stevige rots’, dat blijft”.  

 

 2010. .  

 

 

Rebelse, gezellige club: geliefd en verguisd

 

 

Bij Voetbal Vereniging Tolbert gebeurt altijd wat. De hoofdmacht van deze levendige club uit het Westerkwartier (uitkomend in de Derde Klasse) staat sinds dit seizoen onder leiding van niemand meer dan Kees Kist, de ex-international en voormalige Europese topschutter van weleer.

 

Tolbert wordt vaak gezien als een onrustige club. Een echte volksclub, waar altijd wat gebeurt. . Altijd in de schaduw van aartsrivaal en buurman Leek Rodenburg.  ‘En Tolbert zal nooit vergaan’, wordt vaak gezongen. In 1946 opgericht door kapper Wagenaar. Een stuk land achter De Postwagen (nog steeds clubcafe) deed dienst als veld. Tegenwoordig deelt de club sportpark Rodenburg, met vv Leek Rodenburg, het vroegere VV  Leek. Toen vorig jaar weer eens de kampioensvlag kon worden gehesen, klonk het bekende ‘Tolbert kampioen, ole olee. Ja, dat had toch wat. Maar verder is Tolbert gewoon Tolbert; een amateurclub. Neem de bestuurskamer. Die bevindt zich verdekt, helemaal achteraan van ‘Onze kantine’. Een bar in de bestuurskamer; een hond die langsloopt. Het kan allemaal. Tom Stuve is de man van Tolbert; het mannetje van alles. Ballenverzamelaar, opstellingen, niets is hem te veel. Frank Konneman staat immer naast de dugout, met de sigaar in de hand. De Pariama’s in en om het veld; ook des Tolbert. Een groot aantal spelers is onlangs overgekomen van Leek Rodenburg. Dat heeft heel wat stof doen opwaaien. Ze voelen zich thuis, als vriendenclub, waar ze ooit zijn begonnen. Dennis Liewes bijvoorbeeld. De naam Kees Kist was niet alleen verrassend, maar sloeg in als een bom in deze regio. Het is Tolbert ten voeten uit. Altijd in voor een stunt. Kees zegt zich thuis te voelen bij deze vereniging. De rest van de regio verwacht dat hij er nog geen seizoen uithoudt. De spelers zweren bij Kist en ook het bestuur (waarvan voorzitter Rien Honnef het bijltje er bij neer heeft gelegd, wat weer tot onrust leidde) staat achter de oud-AZ-crack. Kees is de rust zelve. Zonder groot notitieblok (slechts een klein papiertje) noteert hij dingen, zoals iedere trainer tegenwoordig kennelijk hoort te doen. “Willen jullie even weggaan met die bal?”, vraagt Kees netjes aan wat kinderen. “Daar word ik zenuwachtig van”. Kees’voetbalhumor. Kees schreeuwt niet en rent ook niet als een gek langs de lijn. In Tolbert-blauw trainingspak volgt hij rustig het spel. In het prille seizoen is een wedstrijd van Tolbert al drie keer gestaakt. Typisch Tolbert. Ook al kunnen ze er niet altijd wat aan doen. Tolbert heeft de naam. Met spelers als Jeroen Dussel en Wietse Linker…’linke’ broeders die vaak over de schreef gaan. Waar je het bloed van onder de nagels van krijgt. Ik heb het aan den lijve gezien. Tolbert-Jubbega. Niet Tolbert, maar de leiding van de Friese ploeg ging helemaal door het lint. De wedstrijd werd gestaakt. En dat was niet de schuld van Tolbert. Nu moet de club op het matje komen bij de KNVB, voor weer een gestaakte wedstrijd. Dit keer wel veroorzaakt door Tolbert. 

Voor een wedstrijd klinkt ‘Sonja’, voor Sonja doe ik alles; een onvervalste, ouderwetse piratenhit. Passend bij de club. Recht uit het hart. Maar ook om de gezelligheid van de club te benadrukken. Want dat kan het er ook zijn: gezellig. Je houdt van Tolbert of niet…

2009

 

FC Grootegast

 

FC Grootegast en GVB kunnen niet door een deur

 

 

 

GROOTEGAST/DOEZUM – Grootegast was vroeger verdeeld in twee voetbalkampen: Oranje ’58 (zaterdag) en GVB, de zondagclub. Een latere fusie leek de verschillende verenigingen broederlijk bijeen te brengen, maar na tien jaar is er opnieuw die splitsing. De zondagtak heeft zich afgescheiden en gaat onder de oude naam GVB verder. FC Grootegast blijft alleen achter. De groen-witten vinden het jammer en een gemiste kans.

 

En dus heeft de Grootegaster Voetbal Boys borden geplaatst, die wijzen naar het veld van GVB. GVB-veld? Nee, want beide rivalen delen het sportveld. De nieuwe zondagclub ontbeert ook een kantine. Alleen een toegangsweg. “Voor de koffie moeten ze wel heel ver omlopen”, zeggen mensen van Grootegast, met een cynische blik. Dan de aloude toegangsweg naar FC Grootegast (dat nog steeds wordt geschreven als Fc, van fusieclub, ook al is daar geen sprake meer van).  Welkom bij FC Grootegast. Een lange weg leidt naar het clubgebouw, waar het ruikt naar nostalgie. De programma’s (ja, terwijl we het wel over een  vijfdeklasser hebben) worden verkocht bij een prachtig zelfgemaakt loket. De kantine is sfeervol, met clubsjaals uit alle windstreken. De bestuurskamer is knus en de ontvangst prima. Omdat pers hier niet zo vaak komt worden de rugnummers vaak op een papiertje gegeven door leider en clubman pur sang Wim Huisman, die een groen-wit hart heeft (naast FC ook die andere FC, Groningen). Soms met enkel de voornamen. Maar dat maakt niet uit. Sandra is de prima gastvrouw, bijgestaan door de onvermijdelijke man met de pet. Ondanks de zware tijden (de mislukte fusie en het in korte tijd afgedaalde eerste elftal) heerst hier wel een prettige sfeer. De prijs voor het programmablad liegt er niet om: twee euro. Maar dan kun je ook wel een rollade winnen. Het veld ligt er prima bij. Met twee scoreborden. Typerend. Het scorebord van FC is stokoud en wordt steevast door middel van bordjesomdraaier bijgehouden. Achter het doel het fonkelnieuwe scorebord van GVB. Meer dan honderd toeschouwers komen af op het duel met VV Drogeham. Een behoorlijk aantal voor een nietszeggende vijfdeklassewedstrijd.

GVB speelt nog een klasse lager. En heeft het eerste, historische punt, binnen. En het moet gezegd: zondagvoetballers komen bij de zaterdagclub kijken en andersom. Maar dat is ook het enige. Voor de rest zijn het twee verschillende verenigingen, met een eigen cultuur. En deze mensen kunnen gewoon niet door een deur.

september 2009

2009

 

VV Haulerwijk:

 

 Drie clubs, twee provincies, één cultuur

 

 

HAULERWIJK – Voetbal Vereniging Haulerwijk is een bijzonder club. Dit alleen al vanwege de ligging, op het grensgebied van twee provincies: Drenthe en Friesland.

 

Hoewel de voertaal niet Fries is, maar ‘Stellingwarfs’, is de Friese vlag wel prominent aanwezig. Een stoel in de bestuurkamer heeft een pompebledts bekleding en ook het doek voor een kast is Fries gekleurd. Maar verder…voelen veel ‘Haulerwieksers’ zich allesbehalve Fries. Als je het eerste elftal bekijkt is dat ook niet zo verwonderlijk, met Okica Dzubur, Jesaja Warkor en David Nendissa in de basis; bepaald geen Friese namen. .

Er spelen liefst drie verenigingen op sportpark ‘de Hichte’, dat letterlijk op een hoogte ligt.  Naast de ‘concurrent’ van de buren, zaterdagvereniging Haulerwijkse Boys wordt ook de jeugdafdeling (HJC) gezien als een club. Daardoor siert het bord bij de ingang drie clubkleuren.

Wat opvalt bij Haulerwijk is de gastvrijheid. Dat merk je direct bij de toegangspoort, waar de programma’s gratis zijn. Enkele dames brengen je in verleiding. Bij gekochte loten krijg je namelijk enkele snoepjes. In de bestuurskamer is het al niet anders. Ook hier de nodige  gastvrijheid. Of het komt door de aanwezigheid van vrouwen in het bestuur…Feit is wel dat de voorzitter, Karin Teerenstra, vriendelijkheid uitstraalt. Het lijkt allemaal goed voor elkaar bij de rood-witten, die op de voet worden gevolgd door het lokale ‘Radio Odrie’, die een apart hokje bij het veld heeft om de wedstrijden rechtstreeks te verslaan, zoals meer gebeurt in deze streek. Dan een minpuntje. Het programmablad. Tijdens drie bezoeken aan de club was de ene keer vergeten een programmablad te maken (!?) en klopten de rugnummers bij  een andere wedstrijd niet. Overigens ‘mode’ bij veel amateurclubs; de onzorgvuldigheid van de opstelling. Het hoofdveld is een drama, met zichtbare geulen van de drainering over het hele veld. Dat weten ze wel; er wordt verwezen naar de gemeente. Alles wordt met een lach afgedaan. Rust is het toverwoord bij de club. Die af en toe verstoord wordt als een reservespeler een plaatje aanvraagt of vanaf het oergezellige terras dat een prachtzicht heeft op het veld. Hoofdtrainer Henk Boeree past prima bij de Friese (Haulerwijk ligt wel in Friesland) vereniging. Boeree is ook de rust zelve. Hij raakt dan ook niet van de kook, wanneer zijn elftal in de cruciale wedstrijd (tegen VAKO) om promotie in de laatste minuut een doelpunt om de oren krijgt, waardoor de strafschoppenreeks ontlopen wordt, maar ook promotie naar de Derde Klasse. “Hadden ze de vele grote kansen maar moeten afmaken”, luidt zijn commentaar. Aan zijn stoelpoten wordt niet gezaagd; Boeree mag nog een jaartje blijven. Dat geldt niet voor ‘mister Haulerwijk’, Zweitse ten Hoor, die voor de wedstrijd afscheid neemt van het publiek. En op de middenstip vriendelijk wordt bedankt door voorzitter Teerenstra voor bewezen diensten. “Je komt na afloop toch nog wel een drankje halen”, wordt de verslaggever weer in de verleiding gebracht. Het is duidelijk: bij Haulerwijk is iedereen welkom. Heel erg welkom zelfs.   

    

 

Mei 2009

 

RWF-uit

 

Raar maar Waar in Friesland

 

 

 

FRIESCHEPALEN – KNVB Noord laat in de wintermaanden de amateurclubs zelf aanmodderen. En dan wordt er niet altijd zorgvuldig gehandeld, zoals onlangs bleek in Friesland.

 

Omdat de topper Opende-Friese Boys werd afgelast had de verslaggever nog een mogelijkheid: RWF-FC Grootegast, een duel in de vijfde klasse van het amateurvoetbal. Als altijd eerst bellen, om twaalf uur: “Gaat door”, klinkt het overtuigend. “Het veld hoeft ook niet meer gekeurd worden?”, wil ik zekerheid. “Nee, hoor”. Dan maar op weg. De tomtom stuurt je zo naar Frieschepalen, oftewel Fryskepealje. En de finish is keurig aan de Lytse Dobbe, waar het sportveld zich moet bevinden. Maar niks sportveld, aanduiding daarvan, wel de Dobbe (vijver) zelf, waar ik recht tegenover sta. “RWF?, dat is makkelijk”, zegt een bewoner. “Rechts, links en dan daar waar altijd een paar vrachtwagens staan”. Nou, gemakkelijk. Op goed geluk de juiste richtingen gekozen. In de ‘ontvangstkamer’ (bestuurskamer) stel ik me voor. “U mag ook wel naar de kantine”. Zonder iets te melden over de competitiewedstrijd zit ik dan tegenover de barman van dienst. De man, met weinig woorden, meldt dat de wedstrijd afgelast is. Paaaardon? De persoon uit de bestuurskamer is er ook weer. “U dacht toch niet dat ik een verslag ging maken van een oefenwedstrijd van RWF 2?”, maak ik hem duidelijk. “Wanneer dit bekend was? Oh, vanmorgen al…”, zegt de man ijskoud. Vervolgens rest maar een ding: de terugreis aanvaarden. RWF was voor mij Raar maar Waar in Friesland…

 

Januari 2009