Buitenland

 

 Real Madrid

 

 

Koninklijke club geliefd en gehaat

 

 

MADRID – Na een bezoekje aan het imposante Santiago Bernabeu-stadion en de aanpalende clubwinkel kun je maar een conclusie trekken: je hebt deze koninklijke club lief of je haat het.

 

Estadio Santiago Bernabeu (genoemd naar een van de succesvolste voorzitters) ligt in het centrum van de metropool. Een indrukwekkend bouwwerk ligt aan je voeten. Maar om dit koninklijke paleis (de koning schonk de club dit predikaat rond 1900) binnen te treden valt nog niet mee. Het is maandagmorgen. De tribunes worden schoongeveegd. Na enig aandringen mag je een kijkje nemen. Wat een uitzicht. Wat een stadion. Een magisch stadion, waar vele clubs zijn gesneuveld. Maar de mensen erom heen zijn niet erg sympathiek (al geldt dat niet voor iedereen: een technisch hoogstandje van de tegenstander wordt door het publiek gewaardeerd met applaus). Snel een paar plaatjes schieten en maar weer weg. Bij de naastgelegen clubwinkel is het niet anders. De verkoopster is allesbehalve vriendelijk. Ook hier ligt een drempel. Het aanbod in de winkel is indrukwekkend. ‘Todo Real Madrid’, heet het hier. En dat is het ook: alles van Real Madrid. We hebben het hier over de succesvolste voetbalclub ter wereld. De schatkamer herbergt de belangrijkste trofee: de Europa Cup 1, waarvan er liefst negen door Real zijn veroverd. Deze prijzenkast zien we niet, maar is in de hele wereld bekend. Weer die superlatieven: indrukwekkend. Maar ja, spelers en medewerkers zijn niet zo geliefd. Iedereen wil graag van deze koninklijke club winnen. Om het hautaine gedrag in te perken. Maar dat valt niet mee. Want Real is alles en wil alles.

 

 

 

1996

AC Milan:

 

De voetbalgekte ten top

 

MILANO - Het is vandaag de elfde, dag van de gekte? Het lijkt erop. Ons reisdoel is Milaan, het hoofddoel: de voetbalwedstrijd Milaan-Torino. De kaartjes zijn geregeld, maar hoe laat begint de wedstrijd eigenlijk? Ik krijg een helder ogenblik en blader door de Gazetto dello Sport. Oggi 15.00, dat moet ….vandaag zijn oftewel straks!!Dat wordt vliegen!. De piloot heeft de boodschap begrepen en haalt tijd in. Vroeg in de middag landden we op Malpensa. , een van de twee luchthavens van Milaan. En nu snel een taxi. Ook de chauffeur begrijpt dat we haast hebben. Met een gangetje van 160 (!) vliegt hij over de snelweg. Met kunst en vliegwerk bereiken we ons hotel. De receptionist heeft de kaartjes al klaar liggen.. Op weg naar San Siro, de thuishaven van A.C. Milan. Ruim op tijd staan we bij poort 2 van het immense stadion. We kopen gauw een pet en een sjaal want anders hoor je er niet bij in dit voetbalmaffe land. Ondanks of dankzij de indrukwekkende politiemenigte blijft het rustig onder de "tifosi", de Italiaanse voetbalsupporters. Nee, het is aangenaam vertoeven voor het stadion. Tientallen kraampjes vol voetbalprullaria en vele eettentjes maken het gezellig. Temidden van echte supporters, ook al zien sommigen er bedreigend uit. Nee, dan de politie, die ziet er pas angstaanjagend uit.. Een uitstraling om u van te zeggen. De tribune op. Je vindt niemand terug in dit gigantische stadion. Pal naast de voetbalarena huist de paardenrenstal van Silvio Berlusconi, de baas van Milan. We hebben een daalders plekkie: een eettentje bij het vak en een prachtig uitzicht. Het is lang niet vol, toch zijn er zo’n 40.000 toeschouwers. Het publiek is waanzinnig enthousiast. Behalve de tribune waar wij bivakkeren. Wij zijn zelfs een van de weinige supporters met pet en sjaal. Nee, de ware tifosi staan achter het doel. De "Scala" geeft hier een indrukwekkende voorstelling met bekende liedjes als obladie, oblada. De supporters hebben een heuse orkestleider die de toon aangeeft. Verder gigantische vlaggen en spandoeken. Die worden keurig opgerold als de wedstrijd begint. Alleen met het vuurwerk wordt ruig mee omgesprongen. Met als gevolg dat supporters die een vak lager zitten een vuurpijl in de nek kunnen krijgen. Wij snappen niks van het "schouwburgpubliek" van ons. Dit is muisstil, alleen bij een foutieve beslissing van de scheidsrechter gaan ze tekeer. Op de tribune komt ook een "koek en zoopie"verkoper langs. In de rust wordt het hele veld gebruikt voor reclame-uitingen. Italianen zijn daarin heel vindingrijk. Zelfs de doellat wordt daarvoor gebruikt. Het voetbal is niet om naar huis te schrijven. Milan wint uiteindelijk met 2-0. Niet alleen zijn de Milan-supporters snel verdwenen (waar zijn de 40.000 ineens gebleven?), ook de spelers. De overbetaalde profs gunnen zelfs handtekeningjagers geen tijd. In ijzige kou zoeken we de weg terug. Lopend ja, want geen bus of taxi wil ons mee hebben. Gelukkig vinden we een plaatselijke srv-wagen die dienstdoet als snackbar. Een broodje kotelet gaat er wel in. Eindelijk zijn we bij ons hotel. Dit is prima de luxe. Maar 300,- per kamer is het niet waard. De Italiaanse tv is veel mooier dan het totale Nederlandse aanbod. Hier zie je nog eens wat. Voetbal is het belangrijkste. Ze zijn hier knettergek van voetbal. Dit wordt tot in den treure getoond en herhaald. We krijgen niets mee van het wereldnieuws. Sterker: als de Italiaanse tv moest kiezen tussen het overlijden van de Amerikaanse president of een doelpunt van Juventus dan koos het voor het laatste. De gekte ten top.

1999

San Siro, voor de wedstrijd

 

 

Bordeaux-Brest in Bretagne:

 

 

Brest gelijkwaardig aan Bordeaux in ‘slappe hap’

 

 

LA FOURBERIE/DINARD – Vriendschappelijke wedstrijden in Frankrijk zijn net als in ons land: saai. Er staat niets op het spel. Maar je komt voor de sfeer en die is totaal anders.  

 

 

Natuurlijk is het je als journalist niet ontgaan: Girondins de Bordeaux-Stade Brest in Dinard.  Michel Rault, eigenaar van Camping Longchamp, bevestigt het. “Misschien komt er veel publiek; ik zou een uur van te voren heengaan voor kaartjes”. Dan de afwas maar overlatend en in vakantietenue heen. De doorgaande weg, waar het stadionnetje bevindt, is al propvol met auto’s. Helemaal achter het terrein, bij camping Port Blanc, in een zijstraat is nog plaats genoeg. Een kaartje? Geen probleem, aankomend bij een piepklein loket. Tien euro. Voor een staanplaats. Want de zitplaatsen zijn uitverkocht en gereserveerd. Er is een grote tribune en een noodexemplaar. Verder mag je overal staan. Het publiek staat ver van het veld, dat is omringd door een sintelbaan, nou ja meer een grindpad. Er is geen programmablad of standjes met fanartikelen. Wel bonkende muziek en dampende rook van de eettenten. Galettes (soort dunne, gevulde pannekoeken), frites en bier vinden gretig aftrek. Het volk blijft toestromen. Kinderen, baby’s, mannen, vrouwen en echte fanatieke supporters, die zich door elkaar mengen. Eentje is getooid met een wit Rennes-tricot. Maar wel met een vraagteken voorop. Het is tekenend voor de vriendelijke sfeer:

Met een doedelzakspeler (Bretagne ligt vlak bij Engeland) en de jeugd van de FC Dinard voorop presenteren kersvers landskampioen en roemrucht Europacupdeelnemer Girondins de Bordeaux en tweedeklasser Stade Brest zich aan het talrijke publiek, naar schatting enkele duizenden. Brest neemt brutaal het initiatief. Bij een eerste overtreding is het van “oh la la”, de Franse variant op boeee. Er is cynisch geschreeuw, na een slechte pass. Maar er is vooral applaus voor elke goede actie. Het tempo is laag op het veld, dat erbij ligt als een biljartlaken. We tellen slechts een grote kans voor de gasten uit de bekende wijnstreek, gestoken in het prachtige tenue met de V. De Girondins-speler glijdt echter uit. Dan een uitbraak van Brest. ‘Boem’, schreeuwen de toeschouwers. De volley wordt gekeerd. Weer massaal applaus en gezang. Al blijft het beperkt tot zingen. Geen trommels en ook de vuvuzela heeft hier nog niet zijn intrede gedaan. In de dertigste minuut komt Brest verdiend op voorsprong. Het is een zwoele avond (voor de wedstrijd had het nog geregend), aan de boorden van Het Kanaal. De mensen keuvelen en kauwen vooral. Want de wedstrijd vindt plaats onder etenstijd (19.00 uur) en dient als voorgerecht. Het is echter slappe hap. Technisch verzorgd en af en toe leuke acties van met name de vleugelspits van Brest. Pas voor rust dringen de donkerblauwen iets aan. Een vrouwelijke journalist heeft echter alle tijd om een groepje Brest-supporters te interviewen. Rust. Een baby laat zijn afkeur duidelijk blijken. Veel supporters togen naar achteren. Voor de plaspauze en om een glimp op te vangen van de sterspelers bij de kleedkamers. Jong en oud. Eentje heeft een compleet plakboek mee, voor de handtekeningen. De tweede helft is allang begonnen, maar nog staan mensen in de rij voor de eettenten. Dan een prachtkans voor de landskampioen. Een speler komt in riante schietpositie. In plaats van simpel uit te halen legt de spits breed! Dan een vrije trap, die wel in een keer binnengaat: 1-1. Wie gescoord heeft? De omroeper is onverstaanbaar. Het eten en drinken gaat door. Ophef aan het eind van de ‘slappe hap’, die eindigt in ‘un but partout’ (1-1 dus). Over de patat (slechts 1 euro!), dat te lang op zich laat wachten. Voordringen is er niet bij. Mijn buurman telt de bakken friet die nog geleverd moeten worden. Ook die van de enige Nederlander hier. Een man gooit per ongeluk de hele zoutpot over zijn patat. Oh ironie. De slappe pot voetbal kon wel wat peper, en in dit geval zout, gebruiken.

 

Juli 2009   

 

 

Atletico Madrid

 

 

‘Atleti’ huilt na verlies

 

MADRID – Je had er veel over gehoord, typisch Zuid-Europese sferen. Onverwacht sta je ineens in een Spaanse heksenketel: Atletico Madrid-Valencia. Een sfeerimpressie.

Voor het eerst in Madrid, dankzij zwager, die er stage liep. Als we nietsvermoedend uit de metro stappen zien we het stadion in de verte opdoemen, Estadio Vicente Calderon, thuishaven van Atletico Madrid. Deze speelt vanavond (het is een uur of half negen) de topper tegen Valencia. Ach, nu we toch in de buurt zijn, zullen er nog kaartjes zijn? Op typisch Spaanse manier (via een nog open loket en mondje Spaans) lukt het ons ook nog. De wedstrijd is al een kwartier aan de gang, aan het kabaal te horen lijkt het al 2-0. De bewaker bij het vak gelooft zijn ogen niet; hoe wij aan kaartjes zijn gekomen… Na een hoop Spaans theater mogen we het vak in, in het Valencia-vak. Geen Valenciaan te zien. Hoe het ook zij: we hebben prachtige zitplaatsen, pal op de middenstip. Het publiek, ca. 50.000 maar niet uitverkocht, is dolenthousiast. En iedereen leeft hartstochtelijk mee, van jong tot stokoud. Vooral achter het doel gaat het flink tekeer. Rood en wit zijn de kleuren, van de "colchoneros" ("matrassenverkopers"), zoals de bijnaam van de club luidt. Drank mag ook in Spanje niet naar binnen. Toch ontwaren we wijn en bestellen zelf blikjes bier. No problemo, we zijn in Spanje. De stand blijkt 0-1 te zijn in plaats van 2-0. Als Atleti gelijk maakt (mijn zwager en mijn vriendin hebben dit niet meegekregen, ze bezochten een wc) barst het stadion uit zijn voegen. Het geluid is erger dan een vliegtuig dat opstijgt. Het is intussen knap koud op de tribune geworden. Maar ja, wij domme toeristen zitten er ook in t-shirt en korte broek in een winderig open stadion. Als Valencia wederom scoort juicht mijn vriendin. Als enige op onze tribune (ze weet het verschil tussen beide ploegen niet) en dat heeft ze geweten. Ze krijgt een luid getoeter in haar nek. En mijn zwager  maakt een foto van een Valencia-penalty. Voor het oog van de Atletico-aanhang. Moet kunnen. In de tweede helft wordt de strijd heet, het Spaanse temperament komt boven. Wij blijven er ijskoud onder. De scheidsrechter en grensrechter zijn slecht en de laatste krijgt van alles toegeworpen (en geen bloemen). Achter het doel wordt het van kwaad tot erger. Bij een corner worden stokken van zeker twee meter op het veld gegooid. De ballenjongens worden nu vuilnismannen, sterker: ze gooien de materialen gewoon terug. De M.E. doet haar werk en de wedstrijd gaat gewoon door. Atletico is sterker maar de mannen uit de sinaasappelstad gaan er met de winst vandoor. De Atletico-aanhang druipt af. De meesten, jong en oud huilend van verdriet. Ze hebben verloren en nemen dit zwaar op. Het zal niet de eerste keer zijn, daar aan de calle de Melancholicos, de "straat van de zwaarmoedigen". Wij zoeken de warmte op van de metro. Tot op de botten verkleumd maar we hadden dit niet graag willen missen.

Mei 1996

De wedstrijd

  

       

Impressie van de tribune; beeld van de wedstrijd (rechts)

    

Penalty!; Ondanks verlies toch kampioen (rechts)

Het stadion

  

Schitterend gelegen: een snelweg onder de tribunes en aan een rivier (rechts)

 

 

 

 

 

ESS Sousse:

 

De ster en parel van de Sahel

 

 

SOUSSE – Etoile Sportive du Sahel is de populaire club in Tunesië. De veelvoudig Tunesisch kampioen en Afrikaans Champions League-winnaar is minder bekend in Europa. Voor ons opende de club de deuren.

 

Het is snikheet, hartje zomer, in de grote kustplaats Sousse; ‘de parel van de Sahel’. Als voetballiefhebber wil je ondanks de ‘zon-zee-strand-vakantie’ echter toch weten of er ook een voetbalclub is. Nou, dat moet haast wel, in dit voetbalmaffe land. In de soukhs vind je tenues van allerlei bekende clubs, ook al is er veel nep bij. Zoals het shirt van Ajax, in zwart-witte kleuren. Juventus hangt er, Paris Saint Germain, AC Milan, Parma en Nigeria. En natuurlijk die van ESS Sousse, in allerlei verschillende creaties. Met de naam van de held van de laatste jaren achterop het rood-witte tricot: Zoubair Beya, die een tijdje furore maakte in Duitsland. De ster (etoile betekent ster) straalt overal. Terwijl de mussen van het dak vallen valt mij de lichtmasten, te zien vanaf het hotel, op. En dat willen we (lees: ik) wel even van dichtbij zien. Een taxichauffeur brengt je tot bijna het stadion. Waar het plaatselijke café ‘café des veterans’ heet, de veteranen van ESS Sousse. Deze kroeg bevindt zich achter het heiligste van alles: de moskee. Dan de enige en echte clubwinkel in (bij toeval gevonden in de wirwar van straten). Werkelijk alles kleurt hier het rood en wit en het ziet rood van de sterren. Dan het stadion. Stade Mohammed Maarouf. Beter bekend onder de naam Stade Olympique. Een bijzonder gastvrije medewerker doet speciaal voor ons de deur open en we mogen zelfs het gras ruiken. Het gras dat zelfs in dit Afrikaanse land prachtig groen is. Een schitterend complex overigens, met 25000 plaatsen, onoverdekt uiteraard. Misschien is de gastvrijheid normaal, of het komt omdat Etoile Sportive du Sahel onlangs kampioen is geworden van Tunesië. In ieder geval straalt iedereen hier. Overigens is ESS een omnivereniging; er is ook een handbal, volleybal, basketbal en gymnastiekafdeling. Met een goedkoop, maar behoorlijk orgineel Tunesisch shirt aan, maken we vervolgens het strand onveilig. Waar er naar hartelust, maar stevig gevoetbald wordt. Zelfs tegen de enige dame, die echter massaal applaus krijgt als ze een balletje hooghoudt. Want dat zijn ze niet gewend, vrouwen die voetballen. Daar wordt nu nog druk over gepraat in de overvolle soukhs en op de beroemde kamelenmarkt.

 

1997

                     

Even de grasmat voelen? geen probleem. De terreinknecht laat mij binnen; voetbal is ook in Tunesie immens populair (rechts)

                                                                     

 

 

 

 

 

 

 

Heilig geloof in de favoriete elf: een supporterscafe achter de moskee