Columns

 

 

Olympique ‘Credit’ Lyonnais leidt de weg

 

 

En weg was de ultieme droom voor ‘Madrid’, dat alvast een finaleplaats had gereserveerd. Uitgerekend in het eigen Bernabeu zou de eindstrijd van de Champions League plaatsvinden. Die finale komt er ook wel, maar zonder Real, het grote Real, dat gewipt werd door Olympique Lyonnais. Hoewel Real een prachtige club is, lijkt de filosofie nergens naar. Torenhoge schulden en toch rijk, vanwege de astronomische bedragen die worden neergeteld voor de sterren, ‘galacticas’ genoemd. Gelukkig kun je geen winnend elftal kopen, zoals Real tegen beter weten in nog steeds denkt. Cristiano Ronaldo of Kaka hebben een naam (Real koopt alleen namen), maar voetbal laat zich zo niet leiden. Of je moet een echte leider hebben zoals Cruijjf ooit was die een wedstrijd kon beslissen. Dat kan Ronaldo ook wel, maar hij heeft toch niet die klasse om dat elke keer te doen. In de eerste helft leek de stormloop van de Madrilenen de Fransen te verpletteren. Maar dan treedt de aloude ongeschreven voetbalwet weer in werking: ‘als je zelf niet scoort scoort de tegenstander’. Je kon het op je klompen aanvoelen, nadat Higuain (ook niet de eerste de beste) een niet te missen kans toch miste, voor een leeg doel. Dan vraag je ernaar. De Lyonezen, die veel te verdedigend begonnen, kropen na rust uit de schulp. En na geniale wissels van de coach zette Lyon druk, waar Real geen antwoord op had. De sterren verbleekten. Het spandoek ‘we komen eraan’ kon weer worden opgeborgen. Er was maar een ploeg die kwam, en dat waren de Fransen. En die dompelden het grote, machtige, schuldrijke Real in diepe rouw. Weg finale. Wat zullen ze gesmuld hebben in Barcelona, dat nog wel in de race is en Madrid in een nachtmerrie kan veranderen, wanneer de grote vijand wel de finale haalt. En in het hol van de leeuw, die Bernabeu heet, mag aantreden. Arm Madrid.

maart 2010

 

Het linkerrijtje

 

 

Het belangrijkste in voetbal is de eindrankschikking, de eindstand. Tijdens het seizoen kun je van alles bedenken. De nummer een is de koploper of lijstaanvoerder. Of op zijn Duits Spitzenreiter. Mooie kreten. Duitsers hebben ook een mooi woord voor stand: Tabelle of Tabellenplatzierung. En wat komt daaronder? De subtop, clubs in deze positie werden vroeger vaak runner-ups genoemd. In Duitsland zijn dat die Vervolger. De achtervolgers dus. En dan komt de grijze middenmoot; clubs die geen prijzen kunnen behalen. Voor spek en bonen meedoen. Spannend wordt het onderin, de staart van de ranglijst. Op zijn Belgisch onderaan de stand. Clubs die strijden tegen degradatie. De nummer laatst is de hekkensluiter of rode lantaarndrager, al is dat meer op wielrennen van toepassing. In der Heimat is dat gewoon Tabellen letzte in die Abstiegszone. Uiteraard sterven kreten uit en ontstaan er nieuwe. De hype van tegenwoordig is het linkerrijtje. Trainers gaan altijd ‘voor het linkerrijtje’. Vroeger kon dat niet, omdat de ranglijst compleet hing: van de nummer een tot en met de nummer achttien. Tegenwoordig wordt de lijst in tweeën geknipt. Verdeeld over een linker en rechter rijtje. In het buitenland heb ik dit nog niet kunnen ontdekken. Aan de andere kant, ik kan me niet voorstellen dat Nederland dit zelf heeft uitgevonden. Linker was al ingevoerd. Uit België afkomstig, waar de verslaggevers reppen over ‘de linker’ van die speler. Toch weer linker. Zou het linkerrijtje uit Belgenland gestolen zijn? Google staat vol met het linkerrijtje: ‘FC Groningen nadert het linkerrijtje’, ‘NAC steviger in het linkerrijtje’. Er is zelfs een website: www.hetlinkerrijtje.nl. Om terug te komen op linker. Wat nou linker? Linker been, linker voet, linker elleboog. Vroeger had je een linkspoot. Ik snap best dat clubs niet in het rechterrijtje willen. Maar wel in het linkerrijtje? Dan wel stevig graag. Als ik in de supermarkt zie dat de rechterrij heel lang is wil ik best in het linkerrijtje. Of in de file. Al dan niet voor de spits. Maar voor voetbal wil ik toch voor het allerhoogste: nummer een. Winnen. Van iedere club. Dat moet toch het uitgangspunt zijn. Of je nu Kozakken Boys, Ajax, Real Madrid of FC Bal Op Dak 7 bent. Een doelpunt meer maken dan de tegenstander, dat kan toch niet zo moeilijk zijn. Pas op het eind worden de prijzen verdeeld. Dan wil je toch niet alleen in het linkerrijtje? Het is typisch Nederlands. ‘Met dit materiaal is het linkerrijtje de doelstelling’. Materiaal? Spelers zul je bedoelen. ‘We hebben niet zo’n brede selectie’, hoor je dan. Dan maak je je toch breed of ga daarvoor naar de sportschool. Zouden ze in Engeland, de bakermat van het football ook een linkerrijtje kennen? Southampton goes for the left site. Dacht het niet. Southampton will win. Toch even de Duitse benamingen bekijken. Hier wordt slechts gesproken over die erste, zweite oder dritte Linie, als dit al over een rijtje gaat. Nee, linkerrijtje moet door een Nederlander uitgevonden zijn. Albert Heijn maakt zelfs reclame voor de voetbalplaatjes: 'En dan nu de linkerkant van RKC'. We wonen zelf in een typisch Hollands fenomeen: een rijtjeshuis. Of dit de linker of rechter is, daar hoor je gelukkig niemand over.

Februari 2010

 

 

Afrika Cup:

    

 

 Togo k.o., Tico Tico ok

 

 

ANGOLA – Terwijl er in ons land een ‘sneeuwjacht’ is wordt er in Afrika jacht gemaakt op de felbegeerde Africa Cup, ook wel Cup of Nations genoemd. Plaats van handeling dit keer: Angola. De naam Angola is afgeleid van de titel Ngola, van de heersers van het voormalige koninkrijk Ndongo. Later werd deze naam gebruikt voor de Portugese kolonie waaruit het huidige Angola is ontstaan. Daarvoor hadden de verschillende volken die Angola bewonen, zoals de Bakongo, Mbundu en Ovimbundu, hun eigen geschiedenis, cultuur en godsdiensten.. Het is even wat anders dan de geschiedenis van de WK landen Zwitserland en Oostenrijk; van jodelaars en Weense walsen. Het toernooi begon dramatisch met een aanslag op de bus van Togo, waarbij er doden vielen. Maar de show must go on. In Afrika kijken ze niet op van een paar slachtoffers. Dan maar zonder Togo. Niks vervanger, gewoon drie in de poule. Het voetbal is een verademing. Geen tactisch geschuif – geen wonder dat ik nog geen coach gezien heb met een notitieboekje, want dit is met geen pen te beschrijven - maar er vol op. Als wilde dieren op een prooi. Landen die bijnamen hebben als de olifanten, ontembare leeuwen, adelaars, woestijnvossen en zwarte antilopen. Angola- Mali als openingswedstrijd. Wat een feest. Met nog tien minuten te gaan leidt het thuisland met 4-0. En dus houden wij Europeanen het voor gezien. Maar ‘this is Africa’. Aan het eind staat er 4-4 op het bord. En dat gebeurt niet voor het eerst. Dan Mozambique-Benin. Benin. Ik wist niet eens dat het bestond. Geen wonder. Vroeger heette het de republiek Dahomey. Wie kent het niet? Er stromen enkele rivieren door het land: de Kouffou en de Mono. Of er verschil is tussen ‘boven en beneden de rivieren’ is niet duidelijk. Benin staat riant voor: 2-0. Maar de Mozambicanen – het land werd ooit ontdekt door ene Vasco da Gama - komen terug: 2-2. Bizarre doelpunten. De keeper van Benin die – ver uit zijn doel komend - ruimt, maar niet gewend is aan ‘Europese standaard snelle ballenjongens’ die razendsnel de bal teruggeven nadat deze over de lijn was gegaan. Op een geheel andere plaats (!) gaat Mozambique aan. De keeper is te laat terug in zijn doel. Goal. Niemand die protesteert. De keeper heeft iets van: wat kan ik daar nu aan doen?. Totaal verrast. Maar de doelman van Mozambique maakt het nog bonter. Terwijl hij bij een aanval de bal kan oprapen maakt hij plotseling een koprol als hij een Benin-been ontwaardt. Hij had zijn nek wel kunnen breken. Met een brok ijs in de nek (wel lekker met deze temperaturen) kan hij verder. Aan het eind verlaat Manuel Bucuane, bijgenaamd ‘Tico Tico’ het veld. Zijn vervanger komt niet meer aan de bal. De 2-2 wordt gevierd met een salto met dubbele schroef. Wat een feest is dit. Frank Kramer – jawel, de voormalige showman past helemaal bij de Africa show – toont de samenvatting van Egypte-Nigeria. Egypte dat in geen 47 jaar van Nigeria heeft gewonnen. Met ene Zidan (niet te verwarren met Zidane) winnen de ‘Nijl-paarden’ of  ‘faraos’. Een enorme stunt ook van Malawi. (pas voor de tweede keer deelnemer!) dat Algerije (winnaar in 1990 en geplaatst voor het WK) met 3-0 om de oren slaat. Even wat afleiding voor Malawi (vroeger: Brits Centraal-Afrikaans Protectoraat), dat  een van de armste landen is. Wat een begin van een toernooi dat als een tragedie begon, maar letterlijk vrolijk verder gaat. Op de tribunes wordt er gedanst, gezongen en getoeterd. Inclusief olifantentoeter. Al valt deze niet op in het lawaai van complete orkesten. Ook de notabelen doen mee. Dit voetbal is nog puur. En dan kan ene Prince Polley (ooit de lieveling van het FC Twente publiek) zich wel verwonderen dat wij Europeanen nog steeds denken dat ze in Afrika op blote voeten lopen (“ze hebben bij ons gewoon sportschoenen”), maar zo lijkt het wel. Al hebben ze de voeten van een kleurtje voorzien. Felle kleuren, die horen bij dit kleurrijk toernooi. Eindelijk weer kleur, als je al weken in de ‘blanke’ sneeuw zit.

Jan. 2010 (foto's: Het Laatste Nieuws en Wikepedia)

Nummers

 

 

 

Een voetbalverslaggever bij het amateurvoetbal heeft het niet altijd gemakkelijk. Je hebt namelijk niet zoals in het profvoetbal de beschikking over een overdekte perstribune. Vaak sta je achter de dug-out (want daar hoor je nog eens wat). In weer en wind. Regen is het ergste wat je kunt overkomen. In de ene hand een paraplu en in de andere je schrijfblok. Dat valt niet mee. Een optie is te schuilen onder een ruim afdak (mits aanwezig) of anders rest de bosjes. Ooit overwogen om te vragen om in de dug-out plaats te nemen. Maar dan ben je niet neutraal meer. “Neem maar een tent mee”, zei een trainer ooit. Misschien geen gek idee. Voor je een compleet verslag kunt maken heb je de opstelling nodig. Bij sommige clubs (’t Fean ’58, Buitenpost, Oranje Nassau Groningen, Roden, Grijpskerk) prima in orde. Bij andere clubs is het minder. Peize doet niet de moeite om de voornamen erbij te zetten of doet het af met voorletters en het kopieerpapier is vaak van slechte kwaliteit. En dan hebben we het wel over een tweede klasser. Kopieerapparaten blijken vaak defect, maar dit terzijde. Maar het kan erger. Dat de nummers niet overeenkomen met de spelers. Je krijgt namelijk niet altijd een wedstrijdformulier. Vaak is de scheidsrechter ermee vandoor. Tolbert lijkt alles goed op papier te hebben, maar er zitten toch ook vaak fouten in (verkeerde rugnummer bij persoon). Namen van spelers is weer een ander verhaal. Al heten clubs gelukkig niet allemaal Mamio, waar je struikelt over ene Sajib Ahdelfaftah of was het toch Abdelfafthah. Ga er maar aan staan. Ander probleem zijn de shirts. Wat een ramp soms. Peize springt daar weer goed uit, evenals clubs als Buitenpost, Haulerwijk, Leek Rodenburg, Nieuw Roden en Hoogkerk. Rampzalig zijn de overigens prachtige tricots van GOMOS (witte nummers tussen geel en zwart gestreept) en Roden (rood tussen zwart en wit). Tip voor zowel Roden als GOMOS: zwart vierkant met gele  respectievelijk witte cijfers). Ook Aduard kan beter. Zwarte nummers op paars-witte strepen, is lastig. Er wordt gewoon niet goed over nagedacht. Neem Grijpskerk. Dat had duidelijke rugnummers. Gewoon wit op een rood shirt. Voor de sierlijkheid staan er nu strepen door, waardoor ‘6’ en ‘8’ moeilijk te herkennen zijn. Je hoort wel eens van die domme opmerkingen, zoals “Je kent de spelers toch wel?”. Natuurlijk, ondanks dat je bij ongeveer achttien clubs in de regio komt ken je veel spelers wel. Maar niet iedereen natuurlijk. En als die ook nog ver weg staan in het veld….

Clubs aller regionalen. Neem een voorbeeld aan VV Buitenpost. Daar krijg je niet alleen de juiste namen bij het juiste nummer; bij elke speler, trainer en verzorger is zelfs een foto bijgevoegd. Kan niet missen. Voor het overige geldt: het is maar amateurvoetbal…

 

2009  

Voetbalplaatjes

 

 

Ze zijn er weer! De voetbalplaatjes. “Dat doet me denken aan vroeger”, zei een volwassen man onlangs in het Dagblad van het Noorden. Terwijl hordes jongelui voor de Albert Heijn vechten om de plaatjes, die ze van veel mensen krijgen, kregen ze van deze man (van een jaar of vijftig) nul op het rekest: “Die krijgen jullie niet; ik spaar ze zelf”. En hij is echt niet de enige volwassene. De burgemeester van Rome doet er ook aan mee. En zelfs de spelers van het Italiaanse elftal. Als voetballiefhebber deed je vanzelf mee met het sparen. Gaat het nu om de dubbele plaatjes van Luciano en El Hamdoaoui; vroeger was het Gerrie Kleton of Dick Schoenaker, om maar wat illustere namen te noemen. Enkele namen zullen me altijd bijblijven: Bram Geilman (vanwege de naam) en Abe van der Ban of zo van Haarlem. Die had zo’n enorme snor. Maar er is naast verschil in namen (zijn er nog wel Nederlandse spelers?) nog iets. Ja, de commercie heeft de populaire ruilplaatjes ook al ingenomen. Vroeger waren het Van Houten en vooral het instituut Panini, die de albums elk seizoen uitgaven. De vier gebroeders Panini kwamen op het idee: ‘stickers sparen van voetballers’. En alleen om de kiosk van hun moeder beter te laten renderen. Eerst waren het voetbalteams van eigen (Italiaanse) bodem; inmiddels zijn de plaatjes te koop in zeventig landen en gaat het ook om EK’s en WK’s.  Voor het WK van Korea en Japan zijn 1,7 miljard plaatjes gedrukt.. Het bedrijf telt 500 medewerkers. Na in Engelse en Amerikaanse handen te zijn gekomen (geestelijk vader van de plaatjes Giuseppe is inmiddels overleden) is Panini terug in Italië. Tegenwoordig kunnen de plaatjes virtueel geruild worden. Ontbrekende plaatjes kunnen met een sms-commando via de mobiele telefoon aangevraagd worden. Andere tijden. Vroeger bij de sigarenboer; tegenwoordig regelen de supermarkten de handel. De Plus was jarenlang de enige. En nu Albert Heijn hoofdsponsor is van de Eredivisie kunnen ze natuurlijk niet uitblijven. Met donder en geweld lanceerden ze onlangs de nieuwe spaaractie. En het moet gezegd, de fraai behangen winkel met alle eredivisieclubvanen is verleidelijk. Maar dan nadenkend: het is midden in het seizoen. Spelers komen en gaan. Net als trainers. Er klopt geen hout meer van de namen. Verbeek en Stevens zullen er nog wel bijzitten en misschien van Hanegem zelfs.  Hoe moet je dat verkopen, zo’n album? Kinderen schijnen er niet om te malen (dat deden wij vroeger ook niet, want wat zeiden ons al die namen…ook niks). Voetbalplaatjes zijn van alle tijden en leeftijden. En vooral heel populair. De commercie heeft dat goed gezien. En dus ook Panini.    .

2009