Europa cup

 

 

De herkenbaarheid, de uitstraling en het systeem (knock-out) van de vroegere Europa Cup doen de Champions League van tegenwoordig verbleken. Natuurlijk, het huidige cupvoetbal is er niet minder om geworden. Het zijn allemaal sterren in het veld en daarbuiten. Er is ook enige herkenbaarheid (vaste tijden, tunes, enz.) en de stadions zijn veiliger, fraaier (hoewel..) en van alle comfort voorzien maar toch…Tegenwoordig word je overvoerd met voetbal, terwijl er vroeger slechts een keer in de week (woensdag) internationaal cupvoetbal was. Desondanks wordt er nog steeds massaal gekeken. Van dinsdag tot en met donderdag. Wat de Europa Cup van toen zo anders maakte was de opgebouwde spanning. Zo van: woensdag is er een belangrijke wedstrijd. Je wist het weken van tevoren. Nu moet je je steeds weer afvragen: wie speelt er nu weer?. En wat de Europa Cup zo bijzonder maakte was juist de onherkenbaarheid. ’ s Middags begon het vaak met een wedstrijd in het Oostblok, daar waar nog geen lichtmast was. Met de aanduiding in onherkenbaars autochtoon geschrift en onbekende locale reclameborden. Sponsorcontracten bestonden nog niet. Vroeg in avond had je dan nog een duel. Vaak op Duitsland 1 te zien. En dan ‘ s avonds om een uur of acht dan de Nederlandse bijdrage. Tegen tien uur begon dan de strijd in Zuid-Europese landen, waar hooguit samenvattingen van te zien waren. Gelukkig hebben clubs hun naam behouden: Torpedo Moskou, Benfica, Panathinaikos, Tottenham Hotspur, Ajax, Juventus, enz. In het boek Europa Cup 1973 voorspelt de schrijver het internationale cupvoetbal in de toekomst: "FC Randstad tegen FC Londen". Gelukkig is het nog niet zover gekomen. In voetbal bestaat nog traditie, hoewel daar op andere manieren flink aan getornd wordt. Want de commercie verdringt veel rituelen. Zoals het volledige clublied. Meestal wordt dit afgebroken door de Champions League-tune. En dat is jammer. Maar tijd kost geld (lees: miljoenen). Hoewel er dus langzamerhand sprake is van verzadiging, zijn er nog altijd miljoenen mensen over de hele wereld gekluisterd aan de buis. Tot slot nog even over de naam Champions League. Dat klinkt ongeloofwaardig,  want daar doen meer clubs aan mee dan alleen de landskampioenen. De voorloper van het cupvoetbal heetten Europa Cup 1 (landskampioenen), Europa Cup 2 (bekerwinnaars) en Europa Cup 3 of UEFA-cup (voor runner-up).

                    

het ontstaan

De Europa Cup is ontstaan uit een "vriendschappelijke" Europese wedstrijd, Wolverhampton Wanderers-Spartak Moskou. In Engeland werd Wolves in dat kader uitgeroepen tot "wereldkampioen". (omdat de Engelse club zowel Honved Boedapest als Spartak Moskou heeft verslaan). Dat bracht Gabriel Hanot, sportjournalist bij het Franse L’Equipe op het idee (of op revanche op de "hooghartige" Engelse pers) om een "Europese kampioenencompetitie" te houden. Een beker was al in de maak. Die liet hij maken bij de Parijser edelsmid Pierre Maeght. Ten huize van Julius Ukrainczyk (destijds een invloedrijke man in de voetbalwereld) bespraken zestien Europese clubs een speelplan. De organisatie kwam in handen van de UEFA, die voor deze gelegenheid werd opgericht. Het deelnemersveld van het eerste Europa Cup seizoen 1955-1956): Aarhus GF (Denemarken), Anderlecht (België), Djurgarden (Zweden), Gwardia Warschau (Polen), Hibernian (Schotland), AC Milan (Italië), MTK Boedapest (Hongarije), Partizan Belgrado (Joegoslavië), PSV (nam de plaats in van het eerst uitgenodigde Holland Sport, dat geen interesse had), Rapid Wien (Oostenrijk), Real Madrid (Spanje), Rot Weiss Essen (Duitsland), FC Saarbrucken (toen Saarland), Servette Geneve (Zwitserland), Sporting Lissabon (Portugal) en Stade Reims (Frankrijk). In 1960/1961 kwam er een beker bij, de Europa Cup voor bekerwinnaars. Overigens: voor de Europa Cup 1 zijn intrede deed was er een ander toernooi, het toernooi om de Jaarbeursstedenbeker (ook wel Runners Up Cup of Inter Cities Fair Cup), de voorloper van het Europa Cup III toernooi.

           

 

                         

 

Bronnen: "Europa Cup '73 (Uitgeverij Kortekaas); Samson Voetbaljaarboek 79/80 (Uitg. Theodorus Niemeyer)